Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Woordenboek

Woordenboek

PM₂,₅
Stofdeeltjes kleiner dan 2,5 µm (micrometer). PM is de afkorting van Particulate Matter ofwel de Engelstalige term voor fijn stof.
PNEC
Predicted No Effect Concentration
Polluent
Vervuilende stof
Polymeer
Lange ketting die bestaat uit identieke molecule (monomeren). Vooral in de kunststoffabrieken worden polymeren gemaakt.
Pompboezem
Een waterbuffer juist opwaarts van een pompgemaal. Door de buffer is de stabiele werking van het pompgemaal verzekerd.
POP’s
Persistente organische polluenten. Organische stoffen met een hoge resistentie tegen biologische afbraak. Ze zijn bijzonder schadelijk voor de volksgezondheid en het milieu.
ppb
Parts per billion. Delen per miljard.
Prati-index
Deze index geeft de kwaliteitsklasse van de zuurstofhuishouding in oppervlaktewater weer. Prati is een Italiaanse onderzoeker die in 1971 een methode publiceerde om meerdere waterkwaliteitsparameters om te rekenen naar een eenvoudige, onderling vergelijkbare kwaliteitsindex en -klasse.
Precursor
Voorloperstof. Stof die door chemische reacties andere stoffen kan vormen, bv. ammoniak, zwaveldioxide of stikstofoxiden kunnen reageren tot fijn stof.
Predatie
Een prooi actief bejagen om die te doden en als voedsel te gebruiken.
Primair fijn stof
Stofdeeltjes die rechtstreeks als fijn stof uitgestoten worden in de atmosfeer, bv. roet.
Primaire stofemissie
Primaire stofdeeltjes worden direct in de atmosfeer uitgestoten.
Prioritaire stof
Prioritaire stoffen vormen een groot risico voor het watermilieu. De meest risicovolle stoffen uit Bijlage X bij de Europese kaderrichtlijn Water zijn aangemerkt als prioritair gevaarlijk. De lidstaten moeten beheersmaatregelen treffen, gericht op het verminderen van het vrijkomen van prioritaire stoffen en het stoppen van het vrijkomen van de prioritair gevaarlijke stoffen.
Private waterleverancier
Private waterleveranciers voorzien gebruikers van drinkwater, zonder een openbaar waterleidingnet te gebruiken. Meestal hebben zij een eigen grondwaterwinning. Dit grondwater wordt verdeeld en gebruikt, bv. verhuurder woning of eigenaar openbaar gebouw. Natuurlijk mineraalwater dat wettelijk erkend is en water als geneesmiddel, vallen hier buiten.
Privé-waterafvoer
De afvoerbuizen voor regenwater en afvalwater op je eigen (privé) terrein.
Putwater
Water dat niet afkomstig is uit het openbare waternet en als bron ondiep of diep grondwater heeft.
Raffinaderij
Fabriek waarin aardolie gezuiverd of verwerkt wordt tot andere stoffen zoals brandstoffen.
Rioleringsgraad
De verhouding van het aantal gerioleerde inwoners t.o.v. het totaal aantal inwoners van een gemeente.
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, een zelfstandig onderdeel (agentschap) van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Nederland.
Roll-on-roll-off
Een roll-on-roll-off schip heeft horizontale open dekken of dekken die met een klep gesloten kunnen worden. Zo kan rollende lading zoals bijvoorbeeld vrachtwagens en auto's gemakkelijk geladen worden zonder dat er kranen nodig zijn.
Ruwwater
Grondwater of oppervlaktewater dat door de waterbedrijven gebruikt wordt als bron voor de productie van kraanwater.
RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie
saneringsinfrastructuur
Het geheel van voorzieningen om het afvalwater te transporteren, te zuiveren en finaal te lozen.
Sb
Antimoon
SCK-CEN
Studiecentrum voor Kernenergie (Centre d’Etude de l’Energie Nucléaire)
Secundair fijn stof
Deeltjes die als gas worden uitgestoten en die door chemische of fysische reacties worden omgezet in fijn stof, bv. ammonium, nitraat en sulfaat zijn afkomstig uit ammoniak, stikstofdioxiden en zwaveldioxide.
Secundaire stofemissie
Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische reacties uit gasvormige componenten zoals SO2, NH3 en NOx.
Signaalgebieden
Nog niet ontwikkelde gebieden met een harde gewestplanbestemming (woongebied, industriegebied,...) die ook een functie kunnen vervullen in de aanpak van wateroverlast omdat ze kunnen overstromen of omdat ze omwille van specifieke bodemeigenschappen als een natuurlijke spons fungeren.
Slibvang
Goed bereikbare plaatsen waar we de waterloop aanpassen zodat slib en zand er bezinkt. Hierdoor beperken we de ecologische impact en de kosten van slibruimingen.
Smog
Het woord smog komt oorspronkelijk van de woorden smoke en fog, of rook en mist. Tegenwoordig spreken we van smog als de lucht sterk verontreinigd is door minstens één van de volgende stoffen: ozon (O3), fijn stof (PM10), zwaveldioxide (SO2) en stikstofdioxide (NO2).
Zomersmog treedt op wanneer er op warme en zonnige dagen te veel ozon in de lucht hangt.
Wintersmog ontstaat als stoffen afkomstig van verkeer en industrie (fijn stof, roet, stikstofoxiden en zwaveloxiden) blijven hangen tijdens de winterperiode.

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en klimaat(adaptatie) zijn onze kerntaken.