Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Kwaliteit waterlopen / Chemie / Nutriënten

Nutriënten

Nutriënten zoals nitraat en fosfaat zijn noodzakelijk voor het leven in het water, maar bij te hoge concentraties kunnen ze het ecosysteem ernstig ontwrichten.

Totaal fosfor

Fosfor komt in het water voor als organisch gebonden fosfor en als het door planten opneembare fosfaat. Het organisch fosfor kan door mineralisatie omgezet worden tot fosfaat. Beide componenten samen worden het ‘totaal fosfor’ genoemd.

De gemiddelde concentratie aan totaal fosfor in 2019 bedraagt ca. 0,49 mg P/l. Deze concentratie is vergelijkbaar met de concentratie in 2018 en behoort tot de laagste gemiddelde concentratie over de periode 2007-2019. Het hoogste gemiddelde van de laatste 13 jaar werd gemeten in 2014 en was toen 0,63 mg P/l (Figuur 5). Over de hele periode zien we een langzame verbetering.

Het percentage waterlichamen dat aan de typespecifieke norm voldoet is zeer laag en varieert tussen 0,5 en 9,2 %. De laatste drie jaren scoren duidelijk beter in vergelijking met de periode 2007-2016. Toch blijft de aanwezigheid van fosfor in het overgrote deel van de Vlaamse waterlichamen problematisch.

Evolutie totaal fosfor in oppervlaktewater Vlaanderen.

Orthofosfaat

Te veel fosfaat draagt bij tot de eutrofiëring of overbemesting van de waterlopen. Fosfaten zijn hoofdzakelijk afkomstig van afvalwaterlozingen en van uitspoeling en erosie van landbouwgronden.

De gemiddelde concentratie van orthofosfaat (o-PO43-) in het oppervlaktewater neemt licht toe t.o.v. 2018. In 2019 is de gemiddelde concentratie 0,29 mg P/l (Figuur 6), deze concentratie behoort tot de lagere gemiddelde concentraties sinds 2007.

Het percentage van de waterlichamen dat in 2019 voldoet aan de typespecifieke norm voor orthofosfaat bedraagt ca. 28 %. Dit is een stijging van 6 % t.o.v. 2017 en het beste resultaat sinds 2007. De laatste drie jaar wordt duidelijk een verbetering vastgesteld. Toch blijft orthofosfaat in het merendeel van de Vlaamse waterlichamen problematisch.

Evolutie orthofosfaat in oppervlaktewater Vlaanderen.

Totaal stikstof

Voor zoete oppervlaktewateren wordt de parameter totaal stikstof geanalyseerd. Voor brakke en zoute overgangswateren beoordelen we niet het totaal stikstof, maar de som van de parameters ‘nitraat + nitriet + ammonium’. Dit omdat totaal stikstof moeilijk betrouwbaar te meten is in zoute wateren. Voor deze waterlichamen worden de resultaten voor deze parameter mee verwerkt in de hieronder getoonde resultaten voor totaal stikstof, zowel voor de gemiddelde concentratie als voor het percentage waterlichamen dat voldoet aan de norm.

De gemiddelde concentratie aan totaal stikstof daalt van 7 mg N/l in 2007 naar 5,2 mg N/l in 2019. In 2018 werd de laagste gemiddelde concentratie gemeten over de periode 2007-2019. T.o.v. 2018 is de gemiddelde concentratie aan totaal stikstof opnieuw gestegen met ca. 14 %. Het percentage meetplaatsen dat voldoet, neemt toe van 14 % in 2007 tot ca 38 % in 2019.

Evolutie totaal stikstof in oppervlaktewater Vlaanderen.

Nitraat

Nitraten komen vooral via de landbouwgronden in de waterlopen terecht., al is de mate van uitspoeling niet alleen afhankelijk van de bemestingspraktijken. Ook de weersomstandigheden, vooral de neerslag, beïnvloeden deze uitspoeling in sterke mate, maar door de toepassing van de meerjarenstatistiek worden de effecten van natte en droge jaren gedeeltelijk afgevlakt. Naast (ortho)fosfaat speelt nitraat een belangrijke rol in de eutrofiëring van oppervlaktewater.

De gemiddelde nitraatconcentratie in de Vlaamse waterlichamen is met ca. 10 % gestegen t.o.v. 2018. In 2018 bedroeg de gemiddelde concentratie ca. 3,4 mg N/l, in 2019 was deze 3,7 mg N/l. Dit ligt opnieuw op hetzelfde niveau als In 2016.  T.o.v. 2007 vertoont nitraat weinig of geen verbetering, in tegenstelling tot totaal stikstof.

Het percentage waterlichamen dat in 2019 voldoet aan de norm daalt naar 62 %. In 2015 voldeden nog ca. 70 % van de waterlichamen aan de norm. De laatste vier jaar is het aantal waterlichamen dat aan de norm voldoet gestaag gedaald.

Evolutie nitraat in oppervlaktewater Vlaanderen.

Eutrofiëring

Eutrofiëring betekent dat er overmatig veel nutriënten aanwezig zijn waardoor het plantaardig leven (waterplanten en vooral microscopische wieren) in een waterloop zich explosief kan ontwikkelen. Vooral stikstof- en fosforverbindingen spelen een belangrijke rol in dat primaire productieproces. In de meeste rivieren is fosfor hierbij de meest sturende variabele. 

Kwaliteitsvariabelen die rechtstreeks verband houden met eutrofiëring zijn:

  • stikstof  in organische verbindingen
  • ammoniakale stikstof
  • nitraatstikstof (NO3-)
  • totaal fosfor 
  • orthofosfaat (o-PO43-)

Nitriet (NO2-) heeft een vrijwel verwaarloosbaar aandeel in eutrofiëring, maar moet worden gezien als een gevaarlijke stof door het toxische effect. Indirect beïnvloedt nitriet ook opgeloste zuurstof en zuurtegraad (pH).

Eutrofiëring leidt tot massale ‘wierbloei’ of ontwikkeling van hogere planten (waaronder eendenkroos) met een negatief effect op de ecologische waterkwaliteit. De doorzichtigheid vermindert, waardoor bv.  roofvissen hun prooi niet meer kunnen zien. Daarnaast krijgen ondergedompelde waterplanten onvoldoende licht en kan er ’s nachts een zuurstoftekort optreden. Een plotse daling van het zuurstofgehalte kan vissterfte veroorzaken. Overdag kan een wierbloei dan weer tot oververzadiging aan zuurstof leiden. Een toename van algen kan ook de oorzaak zijn van een toename aan dierlijk plankton, waarna massale sterfte kan optreden dat het zuurstofgehalte doet dalen.

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.