Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Lucht / Fijn stof / Grens- en advieswaarden

Grens- en advieswaarden

De luchtkwaliteitsresultaten worden getoetst aan de grens- en advieswaarden voor fijn stof.

PM10

De Europese richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden voor PM10. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft voor PM10 advieswaarden opgesteld, die veel strenger zijn dan de Europese grenswaarden. De WGO baseert zich voor het bepalen van haar advieswaarden enkel op gezondheidsstudies en houdt dus geen rekening met haalbaarheid of economische belangen. Volgens de WGO is er voor fijn stof geen veilige drempelwaarde waaronder geen nadelige effecten voorkomen. Minder stof is dus altijd beter. Enkel de Europese grenswaarden zijn wettelijk bindend. Bij een overschrijding moet Vlaanderen actieplannen opstellen die garanderen dat we de grenswaarden in de toekomst halen.

 PM10

Onderwerp

Middelingstijd

Doelstelling

EU-richtlijn 2008/50/EG*

Grenswaarde 1 dag 50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar
1 jaar 40 µg/m³

WGO

Advieswaarde 1 dag 50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar
1 jaar 20 µg/m³
* Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM10 gerespecteerd worden.

PM2,5

Ook voor PM2,5 zijn er Europese grenswaarden en advieswaarden van de WGO. De WGO-waarden zijn ook hier beduidend lager dan de Europese grenswaarden.

PM2,5

OnderwerpMiddelingstijdDoelstelling

EU-richtlijn 2008/50/EG

Grenswaarde 1 jaar 25 µg/m³ vanaf 2015
Indicatieve grenswaarde * 20 µg/m³ vanaf 2020

WGO

Advieswaarde 1 dag 25 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar
1 jaar 10 µg/m³

* Wordt mogelijk later nog herzien door de Europese Commissie.

Voor PM2,5 definieert Europa ook een gemiddelde blootstellingsindex (GBI). Dat is de gemiddelde PM2,5 -concentratie van alle stedelijke achtergrondstations over de voorbije drie jaar binnen een lidstaat.

Naast een GBI-grenswaarde van 20 µg/m3, te behalen tegen 2015, legt Europa ook tegen 2020 een procentuele vermindering op van de GBI om lidstaten aan te zetten om ook op plaatsen waar de grenswaarde gerespecteerd wordt, verdere inspanningen te doen. Op die manier hoopt men een gezondheidseffect voor een veel grotere groep burgers te realiseren.

De mate van vermindering, te behalen tegen 2020, is afhankelijk van de GBI in 2010 of 2011. Hoe hoger de GBI in het startjaar was, hoe meer de lidstaten moeten verminderen. Voor de meeste lidstaten ligt de vermindering op 15 of 20%. België heeft er voor gekozen om de GBI van 2011 te hanteren.

Vlaanderen berekent op basis van de metingen op de stedelijke achtergrondplaatsen de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI), zoals bepaald in bijlage 2.5.3.14 van VLAREM II. De Vlaamse GGBI2011 bedroeg 19,6 µg/m³. Dat betekent een na te streven vermindering van 20% tegen 2020. De GGBI mag dus tegen 2020 in Vlaanderen maximaal 15,7 µg/m³ bedragen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid