Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Lucht / Ozon / Uitstoot ozonprecursoren

Uitstoot ozonprecursoren (NOₓ (NO₂), CO, CH₄ en NMVOS)

  • de ozonvormende stoffen stikstofoxiden (NOx (NO2)), koolstofmonoxide (CO), methaan (CH4) en niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) worden ook ozonprecursoren genoemd. Ze hebben een verschillend aandeel in de troposferische ozonvorming.
  • de bijdrage van de precursoren aan de ozonvorming wordt uitgedrukt in Troposferic Ozone Forming Potential (TOFP) 
  • er is geen lineair verband tussen de hoeveelheid uitgestoten ozonprecursoren en de ozonvorming
  • NOx (NO2) had de belangrijkste bijdrage en was vooral afkomstig van het wegverkeer
  • de daling in de periode 2000-2019 was het sterkst bij NOx (NO2) en NMVOS
Laatst bijgewerkt: september 2021
Actualisatie: Jaarlijks

doelstellingDoelstellingen 

Er zijn geen emissiedoelstellingen in het Vlaams Luchtbeleidsplan 2030 voor de totale potentieel troposferische ozonemissie, maar wel voor de emissie van NOx en NMVOS afzonderlijk:

  • tegen 2020: afname met 42 % (NOx) en 22 % (NMVOS) t.o.v. 2005
  • tegen 2030: afname met 59 % (NOx) en 37 % (NMVOS) t.o.v. 2005
  • NOx- en NMVOS-emissies uit mestverwerking en landbouwgronden worden niet meegeteld bij het evalueren van de doelstellingen

toestandEmissiebron (2019) 

Transport had het grootste aandeel (37 %) in de totale potentieel troposferische ozonemissie, gevolgd door de industrie (24 %):

  • NOx (NO2) (55 %) had de belangrijkste bijdrage en was vooral afkomstig van het wegverkeer. Wegverkeer veroorzaakt ook NO-emissie, wat leidt tot ozonafbraak.
  • NMVOS (33 %) kwam op de tweede plaats en werd voornamelijk uitgestoten door de industrie en de landbouw

 evolutieEvolutie 

De potentieel troposferische ozonemissie daalde met 47 % ten opzichte van 2000 dankzij een gelijkaardige afname bij de sectoren verkeer, industrie en energie: 

  • verkeer: afname vooral dankzij minder vervuilende wagens
  • energie: daling voornamelijk toe te schrijven aan inspanningen bij de elektriciteitscentrales (overschakeling naar aardgas en technische maatregelen) en bij de raffinaderijen (o.m. optimalisatie energieverbruik, omschakeling vloeibare naar gasvormige brandstoffen in de fornuizen, lage NOX-branders)
  • industrie: minder uitstoot te danken aan emissiereducerende maatregelen
  • de afname was het sterkst bij NOx (NO2) en NMVOS

aanpakHoe pakken we dit aan? 

  • voor NMVOS is er vooral reductiepotentieel bij de industrie en bij specifieke huishoudelijke producten (zie indicator uitstoot NMVOS)
  • voor NOx is er voornamelijk reductiepotentieel bij het wegverkeer (zie indicator uitstoot stikstofoxiden)
  • voor CO werden geen maatregelen geformuleerd
  • voor de maatregelen om de CH4-uitstoot terug te dringen, verwijzen we naar het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2030. De belangrijkste maatregelen situeren zich bij de sector landbouw:
    • optimaliseren van voederrantsoenen en van de voederefficiëntie
    • proefproject vergisting van de mest op varkens- en melkveebedrijven

InfoMeer informatie

Waarom zijn de ozonconcentraties hoger op het platteland dan in de steden ?

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.