Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Droogte / Impact droogte op grondwater

Impact droogte op grondwater

Hoe werkt ons grondwatersysteem? En welke impact heeft droogte op dat systeem?

Opbouw van het systeem

De ondergrond in Vlaanderen bestaat uit een opeenstapeling van aquifers of goed doorlatende lagen die watervoerend zijn (bv. zand- en leemlagen, maar ook gespleten gesteentelagen) en slecht doorlatende lagen of aquitards (bv. een dikke kleilaag). Uit deze goed doorlatende, watervoerende lagen kan grondwater gewonnen worden:

  • Heeft de watervoerende laag geen bovenliggende  slecht doorlatende laag, dan noemen we dat een freatische aquifer.
  • Is er boven de watervoerende laag een slecht doorlatende laag, dan spreken we van een gespannen aquifer

Grondwatersysteem

 

Aanvulling

Het freatische grondwater wordt aangevuld door regenwater dat traag infiltreert in de bodem. In Vlaanderen valt per jaar gemiddeld 800mm neerslag (of 800 l/m2). Van deze neerslag verdampt het grootste deel (70%) en stroomt een klein deel (5%) via oppervlakkige afstroming af. Slechts een beperkt deel (25%) van de neerslag infiltreert dus en kan zo de bovenste watervoerende lagen aanvullen. In Vlaanderen is de aanvulling gemiddeld 222mm per jaar (maar kent wel grote ruimtelijke verschillen).

Ons grondwatersysteem is een traag systeem: de aanvulling door regenwater duurt dagen, weken en maanden, tot zelfs jaren en eeuwen. Voor de hoeveelheid voeding geldt meestal: hoe dieper de watervoerende laag gelegen is, hoe trager de aanvulling ervan.

De Sokkel en het Landeniaan bijvoorbeeld, die in sommige regio’s onder een meer dan 100 meter dikke kleilaag liggen, krijgen een jaarlijkse voeding van 2mm (minder dan 1% van de neerslag).

Het grondwater in Vlaanderen is ingedeeld in zes verschillende grondwatersystemen met elk zijn eigen kenmerken:

Welke impact heeft droogte op grondwater?

Aanvulling van het grondwater

Het regent het hele jaar door ongeveer evenveel, maar dat betekent niet dat het grondwater altijd op hetzelfde peil blijft. Het grondwaterpeil fluctueert doorheen het jaar. Gewoonlijk bereiken we het laagste punt eind september. In de zomer is meer verdamping waardoor er minder water beschikbaar is om het grondwater aan te vullen. Het hoogste peil noteren we normaal gesproken eind maart. In de winter is er veel minder verdamping en een groter deel van de neerslag bereikt dan het grondwater.

Het peil is dus afhankelijk van de weerscondities in de periode die eraan vooraf gaat. Na droge periodes zoals het voorjaar 2017 en de zomer en najaar 2018 moest er bv. extra veel neerslag vallen in de herfst en de winter om de grondwatertafel weer op normaal peil te krijgen. Valt er minder neerslag dan normaal, dan krijgt het grondwater niet de kans om voldoende te herstellen.

Volg de grondwaterstanden op de voet

 

 

Beschikbaarheid van grondwater

Door de klimaatverandering zal er gemiddeld genomen meer neerslag vallen, maar de verdeling per seizoen verandert: onze winters zullen natter worden en de zomers droger. Dat kan ervoor zorgen dat in droge zomers de beschikbaarheid van oppervlaktewater, regenwater en freatisch grondwater daalt (zowel wat betreft kwantiteit, als kwaliteit).

Het is daarom van belang te onderzoeken hoe we onze zoetwaterbeschikbaarheid kunnen verhogen. Als de winters natter worden, zou het neerslagoverschot  gebruikt kunnen worden om het tekort in de zomer op te vangen. Het diepere grondwater is minder gevoelig voor klimaatverandering maar staat in sommige regio’s onder sterke kwantitatieve druk door een historisch intensief gebruik van het grondwater. De watervoerende lagen in deze gebieden zijn ingedeeld in actiegebieden en waakgebieden grondwater, waar specifieke herstelprogramma’s van kracht zijn.

Verzilting

Onze polders hebben van nature zout water in de bodem. Door het insijpelen van regenwater zijn er ook zoetwaterlenzen ontstaan. Maar deze zoetwaterlenzen zijn schaars. Door klimaatverandering en zeespiegelstijging kan op termijn de regionale zoet-zoutverdeling in het freatische grondwater in de kustregio veranderen: zoetwaterlenzen zullen afnemen onder duingebied en we kunnen een toename van zoute kwel verwachten in de polderwaterlopen. Bovendien versterken lage neerslaghoeveelheden en toenemende evapotranspiratie verzilting in het kust- en poldergebied.

Lees meer over het onderzoek van de VMM om de verzilting in het kust- en poldergebied in kaart te brengen.

Effect op vegetatie

De stand van het ondiepe grondwater is ook van belang voor de vegetatie. Een daling van het ondiepe grondwater kan negatieve gevolgen hebben voor de natuur en de landbouw.

Wie gebruikt grondwater?

Grondwater is kwalitatief hoogwaardig water, wat het aantrekkelijk maakt voor o.a. drinkwatervoorziening en industrieel gebruik. In de landbouw wordt grondwater ook gebruikt als drinkwater voor vee en in het groeiseizoen voor de beregening van gewassen.

Grondwaterwinning

Verdeling van het grondwatergebruik volgens vergund debiet (voor het jaar 2017):

  • Drinkwaterproductie: 65%
  • Industrie: 15%
  • Landbouw (zowel voor veeteelt als akkerbouw): 17%
  • Energie, Handel & Diensten en onbekend: 5%

Lees meer op Milieurapport Vlaanderen.

Om grondwater op te pompen is een vergunning nodig. Lees meer over de regels voor grondwatergebruik

De VMM is toezichthouder op het drinkwater, beheert de onbevaarbare waterlopen en voert peilmetingen en kwaliteitsanalyses uit in de grondwaterlagen. We geven advies bij vergunningen voor grondwater en innen grondwaterheffingen.

>> Over VMM

banner - landscape

websitebanner
Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid