Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Projecten / Topsoil brengt verzilting in kust- en poldergebied in kaart

Topsoil brengt verzilting in kust- en poldergebied in kaart

De VMM onderzocht in de zomer van 2017 de verzilting van het grondwater in het kust- en poldergebied. Dat onderzoek gebeurde per helikopter en kadert in het Europese Topsoil-project en leverde nieuwe verziltingskaarten op.

Topsoil is een project binnen het Interreg VB North Sea Region programma. Het project is tot stand gekomen om de Noordzeeregio in de toekomst beter te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Helikoptervlucht

Doel van het project

De algemene doelstelling van het project is om gezamenlijk en interregionaal te onderzoeken hoe we de ondiepe ondergrond (bovenste 30 meter van de bodem) beter weerbaar kunnen maken tegen klimaatverandering. Heel veel dagelijkse activiteiten zijn verbonden aan het bovenste deel van de bodem.

De praktische implementatie van de uitgewerkte oplossingen gebeurt in 16 pilootprojecten in verschillende regio's van het Noordzeegebied. Het pilootproject van de VMM focust zich op het kust- en poldersysteem en meer bepaald over zoutwaterintrusie en ondergrondse buffering van neerslagoverschot. 

Topsoil in Vlaanderen

Om de evolutie van de zoetwaterlenzen van nabij op te volgen was er nood aan een nieuwe kartering van de actuele verziltingsgraad van het freatisch grondwater in het gebied. Aansluitend wordt onderzocht in hoeverre lokale maatregelen de zoetwaterbeschikbaarheid kunnen vergroten om de klimaatuitdaging aan te gaan.

 Het pilootproject bestaat dus uit 2 grote delen:

  • het in kaart brengen van de zoet-zoutwaterverdeling met de helikopter;
  • verkennend onderzoek naar potenties om de zoetwaterbeschikbaarheid in de ondiepe ondergrond te verbeteren. 

Onze polders hebben van nature zout water in de bodem. Door het insijpelen van regenwater zijn er ook zoetwaterlenzen ontstaan. Deze zoetwaterlenzen zijn schaars. De verdeling tussen zoet en zout water werd in de jaren 1960 en 1970 al eens in kaart gebracht. 50 jaar later hebben we de verziltingsgraad opnieuw in kaart gebracht dankzij gespecialiseerde technologie.

Een helikopter vloog systematisch langs lijnen op 250 m afstand van elkaar. Onderaan de helikopter hing een hoepelvormige meetsonde van 30 op 11 meter. De helikopter vloog op lage hoogte (65 meter) zodat de meetsonde 30 meter boven de grond hangt. De snelheid was 30 tot 60 km/u.

Door het uitzenden van een We vliegen in vier zones over verschillende gemeentenelektromagnetisch veld werden gegevens verzameld over het geleidend vermogen van de ondergrond. Uit dit onderzoek kan de VMM de verziltingsgraad van het grondwater afleiden in het kust- en poldergebied vanaf de Franse grens tot het Boudewijnkanaal, het noorden van het Meetjesland en Linkerscheldeoever. 

  • Nieuwe kaarten: goede overeenkomst met vorige
    Wanneer we de nieuwe kaarten vergelijken met de oude kaart uit 1960-1970 is er een goede overeenkomst tussen de oude kaart en de nieuwe kaarten. Het regionaal voorkomen van zoetwaterlenzen volgens de oude kaart wordt bevestigd. Er is dus geen indicatie op grote veranderingen in de verzilting van het grondwater. De oude kaart werd volgens een andere methode opgemaakt en is gebaseerd op minder metingen dan de nieuwe kaarten, een exacte vergelijking is daardoor niet mogelijk. De nieuwe kaarten zijn een stuk gedetailleerder en geven nieuwe inzichten over de ligging van zoetwaterlenzen. Deze kaarten worden gebruikt als nultoestand voor toekomstige veranderingen en als vertrekpunt bij grondwatermodellen en vergunningverlening.

  • Nieuwe bergingsmogelijkheden: kreekruginfiltratie
    De nieuwe kaarten zijn ook de basis om de mogelijkheden tot het ondergronds bergen van water te onderzoeken. Studies tonen aan dat er in het poldergebied een tekort is aan water tijdens de zomer, maar een overschot tijdens de winter. Een interessante maatregel die onze noorderburen al met succes toepassen, is de kreekruginfiltratie. Hierbij wordt oppervlaktewater geïnfiltreerd in een kreekrug. Deze oude, met zand gevulde zeegeulen liggen als licht verhoogde ruggen boven het omliggende poldergebied wat hen heel geschikt maakt voor het aanvullen van zoetwatervoorraden. Door de mogelijkheden voor ondergrondse berging in kaart te brengen dragen we bij tot een duurzamer waterbeheer in de kustregio.

Voorstelling kreekruginfiltratie

©Deltares

Download het volledige rapport

 

 

 

Topsoil in Europa

Het Topsoil-project is tot stand gekomen binnen het Interreg North Sea Region. Dat is een tranlogo interreg rgbsnationaal programma met als doel om duurzame economische groei in de deelnemende landen in de Noordzeeregio te ondersteunen, te ontwikkelen en te bevorderen. Grensoverschrijdende samenwerking is van groot belang aangezien klimaatverandering niet stopt aan de landsgrenzen. Meer info over het project vind je ook in deze folder.

 

Projectpartners
Nederland

Waterschap Hunze en Aa's

Waterschap Noorderzijlvest

Provincie Drenthe

Duitsland

Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffe

Dachverband Feldberegnung Uelzen

Landwirtschaftskammer Niedersachsen

Landesamt für Bergbau, Energie und Geologie

Leibniz-Institut für Angewandte Geophysik

Oldenburgisch-Ostfriesische Wasserverband

Landesamt für Landwirtschaft, Umwelt und ländliche Räume Schleswig-Holstein

Universität Bremen Geologischer Dienst für Bremen

België

Vlaamse Milieumaatschappij

Denemarken                

Region Midtjylland (leadpartner)

Region Syddanmark

Herning Kommune

Horsens Kommune

Hydrogeofysik Gruppen, Geoscience Aarhus University

De Nationale Geologiske Undersøgelser for Danmark og Grønland

Verenigd Koninkrijk  

Rivers Trust

Norfolk Rivers Trust

Essex & Suffolk Rivers Trust

Northumbrian Water Ltd.

Durham University

Type project: Interreg VB North-Sea Region

Looptijd: 01/12/2015 - 01/02/2020

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid