Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Grondwater / Nitraat in grondwater

Nitraat in grondwater (2004-2020)

  • In 2020 werd bij gemiddeld 33 % van de meetputten een overschrijding van de norm van 50 mg nitraat per liter vastgesteld.
  • De toestand is licht verbeterd, maar de laatste jaren is er een stagnatie.
  • Te hoge nitraatconcentraties bemoeilijken bepaalde gebruikstoepassingen van grondwater zoals de productie van drinkwater en kunnen de natuurwaarden verstoren.  
Laatst bijgewerkt: december 2021
Actualisatie: Jaarlijks

doelstellingDoelstellingen

De grondwaterkwaliteitsnorm voor nitraat bedraagt 50 mg nitraat per liter.

De doelstellingen voor de nitraatconcentraties in het grondwater zijn opgenomen in de opeenvolgde mestactieplannen (MAP):

  • MAP 4 (2011-2014): minimum 4 mg nitraat per liter te verlagen ten opzichte van 2010 tot maximum 36 mg nitraat per liter. 
  • MAP 5 (2015-2018): daling tot maximum 32 mg nitraat per liter of een afname van minimum 20 % ten opzichte van 2010.

Vanaf MAP 6 (2019-2022) wordt een nieuwe gebiedstype-indeling met vier gebiedstypes ingevoerd waar verschillende gebiedsgerichte maatregelen worden ingezet afhankelijk van de combinatie van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Het doel op het einde van MAP 6, specifiek voor grondwater:

  • in alle afstroomzones met onvoldoende grondwaterkwaliteit een globale dalende trend van minstens 0,75 mg nitraat/l per jaar te realiseren
  • dit komt overeen met een reductie van 3 mg nitraat/l over de volledige planperiode.

toestandToestand

In 2020 werd bij gemiddeld 33 % van de meetputten een overschrijding van de norm van 50 mg nitraat per liter vastgesteld. In het voorjaar van 2020 was dat 33,5 %, in het najaar 32,1 %.

De nitraten verspreiden zich vrij heterogeen, toch zijn er enkele patronen (eerste kaartje):

  • De kust (Polders), het noordelijke deel van Oost-Vlaanderen en het zuidelijke deel van de provincie Antwerpen: positieve situatie.
  • Hoogterrasafzettingen (HHZ 23) met cluster van putten met veel nitraatoverschrijdingen in Noord-Limburg: status quo.
  • Het centrale en zuidelijke gedeelte van Oost- en West-Vlaanderen en de noordelijke provincie Antwerpen (Noorderkempen): afwisseling van putten met goede en minder goede grondwaterkwaliteit, waarbij meetpunten zonder overschrijding overwegen.
  • Omstreken van Brussel: opvallende accumulatie aan meetpunten met minder goede nitraatgehaltes. Ten oosten van Brussel (zone Leuven en Hageland) heeft dit voor een deel waarschijnlijk te maken met diepe grondwaterstanden in de aanwezige heuvels met bijgevolg trage responstijden, zodat het hier vermoedelijk over ‘oudere’ nitraatcontaminaties gaat. Een snelle verbetering van de nitraatgehalten in het grondwater kan dan ook niet meteen worden verwacht.

evolutieEvolutie

De toestand is licht verbeterd, maar de laatste jaren is er een stagnatie.

  • In de periode 2007-2014 is de gewogen gemiddelde nitraatconcentratie van putfilter 1 gedaald. Het doel voor eind 2014 (maximaal 36 mg nitraat per liter) werd gehaald, maar sindsdien heeft die daling zich niet doorgezet en schommelen de nitraatconcentraties rond 35 mg nitraat per liter. De doelstelling van MAP5 (maximaal 32 mg nitraat per liter  op het einde van 2018) is duidelijk niet gehaald.
  • Het percentage meetlocaties dat de nitraatnorm overschrijdt, vertoont een vergelijkbare evolutie: een duidelijke daling tot en met 2014 die zich nadien niet doorzet. Sinds 2014 schommelt het overschrijdingspercentage tussen 31 en 35 %.
  • Omwille van de grotere reis- en verblijftijden van het grondwater worden de diepere delen van de bemonsterde, freatische watervoerende lagen minder snel bereikt. De trends op filterniveaus 2 en 3 doen zich dan ook met enige vertraging en hoe dieper hoe minder uitgesproken voor.

Het lijkt er dus op dat de maatregelen van MAP 3 (2007-2010) en MAP 4 (2011-2014) effect hebben gehad, terwijl dat niet het geval lijkt voor MAP 5. De maatregelen die in het kader van MAP 6 zijn ingevoerd, kunnen nog maar een beperkt effect hebben gehad op de recente meetjaren 2019 en 2020, omwille van de trage respons van het grondwatersysteem. De lichte verlaging van de overschrijdingspercentages tijdens de najaren 2018, 2019 en 2020 is op zich positief, maar moet wel met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Omwille van de uitzonderlijke droogte en daardoor lage grondwaterstanden konden minder bovenste filters en putten worden bemonsterd. Daardoor verschilt de genomen steekproef licht van andere meetcampagnes, maar ze blijft wel omvangrijk genoeg. Dit bij de overschrijdingspercentages vastgestelde effect vertaalt zich trouwens ook niet naar de evolutie van de gewogen gemiddelde nitraatconcentraties op filterniveau.

Per hydrologisch homogene zone (HHZ) wordt de recente trend bepaald met een lineaire regressie op de meetgegevens van de periode 2017-2020 voor filterniveau 1, waarbij het criterium van MAP 6 (verbetering van 3 mg nitraat per liter) gehanteerd wordt. Dat levert een heterogeen beeld op (tweede kaartje):

  • 15 van de 38 HHZ’s (49 % van het landbouwareaal): duidelijke afname (>3 mg nitraat per liter)
  • 2 zones (1,7 % van het landbouwareaal): kleine verbetering (tussen 1 en 3 mg nitraat per liter)
  • 9 zones (bijna 20 % van het landbouwareaal): status quo
  • 1 zones (2,7 % van het landbouwareaal): lichte toename (tussen 1 en 3 mg nitraat per liter)
  • 11 zones (27 % van het landbouwareaal): duidelijke toename (> 3 mg nitraat per liter)

Initieel, bij de start van MAP 6, voldeed 74% van het landbouwareaal aan de grondwaterkwaliteitsdoelstelling terwijl dat o.b.v. de meest recente meetgegevens verbeterd is tot 78,2%.

aanpakHoe pakken we dit aan?

Het 6de mestactieplan voor de periode 2019-2022 (MAP 6) moet ervoor zorgen dat minder nitraten (en fosfaten) uit meststoffen in het water terechtkomen. Belangrijke elementen zijn o.a.:

  • bemesten met de meest geschikte mestsoort en bemestingstechniek, volgens de juiste dosis en op het juiste tijdstip,
  • de bodemkwaliteit verbeteren;
  • de directe verliezen van nutriënten tegengaan;
  • de gebiedsgerichte aanpak.

De stroomgebiedbeheerplannen bepalen wat Vlaanderen zal doen om de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater te verbeteren. Alle maatregelen en acties die genomen worden om de toestand van de watersystemen te verbeteren of de overstromingsrisico's beter te beheren, zijn samengebracht in het maatregelenprogramma. Voor deze indicator is vooral Groep 7A - Verontreiniging grondwater van belang.

InfoMeer informatie

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en klimaat(adaptatie) zijn onze kerntaken.