Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Grondwater / Nitraat in grondwater

Nitraat in grondwater (2004-2019)

  • Te hoge nitraatconcentraties bemoeilijken bepaalde gebruikstoepassingen van grondwater zoals de productie van drinkwater en kunnen de natuurwaarden verstoren.  
  • De toestand is licht verbeterd, maar de laatste jaren is er een stagnatie.
  • Sinds 2014 schommelt het percentage meetlocaties met normoverschrijding  rond 34 %.
Laatst bijgewerkt: december 2020
Actualisatie: Jaarlijks

doelstellingDoelstellingen

De grondwaterkwaliteitsnorm voor nitraat bedraagt 50 mg nitraat per liter.

De doelstellingen voor de nitraatconcentraties in het grondwater zijn opgenomen in de opeenvolgde mestactieplannen (MAP):

  • MAP4 (2011-2014): minimum 4 mg nitraat per liter te verlagen ten opzichte van 2010 tot maximum 36 mg nitraat per liter. 
  • MAP5 (2015-2018): daling tot maximum 32 mg nitraat per liter of een afname van minimum 20 % ten opzichte van 2010.

Vanaf MAP 6 (2019-2022) wordt een nieuwe gebiedstype-indeling met vier gebiedstypes ingevoerd waar verschillende gebiedsgerichte maatregelen worden ingezet.  Het doel op het einde van MAP 6:

  • in alle afstroomzones met onvoldoende grondwaterkwaliteit een globale dalende trend van minstens 0,75 mg nitraat/l per jaar te realiseren
  • dit komt overeen met een reductie van 3 mg nitraat/l over de volledige planperiode.

toestandToestand

In het voorjaar van 2019 werd op 35,1 % van de meetplaatsen een normoverschrijding (> 50mg NO3-/l) vastgesteld, in het najaar was dat 31,5 %.

De nitraten verspreiden zich vrij heterogeen, toch zijn er enkele patronen (eerste kaartje):

  • De kust (Polders), het noordelijke deel van Oost-Vlaanderen en het zuidelijke deel van de provincie Antwerpen: positieve situatie.
  • Hoogterrasafzettingen (HHZ 23) met cluster van putten met veel nitraatoverschrijdingen in Noord-Limburg: status quo.
  • Het centrale en zuidelijke gedeelte van Oost- en West-Vlaanderen en de noordelijke provincie Antwerpen (Noorderkempen): afwisseling van putten met goede en minder goede grondwaterkwaliteit, waarbij meetpunten zonder overschrijding overwegen.
  • Omstreken van Brussel: opvallende accumulatie aan meetpunten met minder goede nitraatgehaltes. Ten oosten van Brussel (zone Leuven en Hageland) heeft dit voor een deel waarschijnlijk te maken met diepe grondwaterstanden in de aanwezige heuvels met bijgevolg trage responstijden, zodat het hier vermoedelijk over ‘oudere’ nitraatcontaminaties gaat. Een snelle verbetering van de nitraatgehalten in het grondwater kan dan ook niet meteen worden verwacht.

evolutieEvolutie

De toestand is licht verbeterd, maar de laatste jaren is er een stagnatie.

  • In de periode 2007-2014 is de gewogen gemiddelde nitraatconcentratie van putfilter 1 gedaald. Het doel voor 2014 (maximaal 36 mg nitraat per liter) werd  gehaald, maar sindsdien heeft die daling zich niet doorgezet. De doelstelling van MAP5 (maximaal 32 mg nitraat per liter in 2018) is duidelijk niet gehaald.
  • Het percentage meetlocaties dat de nitraatnorm overschrijdt, vertoont een vergelijkbare evolutie: een duidelijke daling tot en met 2014 die zich nadien niet doorzet. Sinds 2014 schommelt het overschrijdingspercentage rond 34 %. Tijdens de laatste campagne van 2019 is het overschrijdingspercentage gedaald naar het laagste percentage (31,5 %) sinds de start van de metingen.
  • Omwille van de grotere reis- en verblijftijden van het grondwater worden de diepere delen van de bemonsterde, freatische watervoerende lagen minder snel bereikt. De trends op filterniveaus 2 en 3 doen zich dan ook met enige vertraging en hoe dieper hoe minder uitgesproken voor.

Het lijkt er dus op dat de maatregelen van MAP 3 (2007-2010) en MAP 4 (2011-2014) effect hebben gehad, terwijl dat niet het geval lijkt voor MAP 5. De in 2019 aangescherpte maatregelen in het kader van MAP 6 zijn, omwille van de eerder trage responstijden van het grondwater, nog niet zichtbaar. Het relatief lage percentage normoverschrijdingen tijdens het najaar 2019 is waarschijnlijk vooral toe te schrijven aan de droge weersomstandigheden. Die leidden tot gedaalde grondwaterstanden waardoor er minder monsters op filterniveau 1 genomen konden worden dan normaal. 

Per hydrologisch homogene zone (HHZ) wordt de recente trend bepaald met een lineaire regressie op de meetgegevens van de periode 2016-2019 voor filterniveau 1, waarbij het criterium van MAP 6 (verbetering van 3 mg nitraat per liter) gehanteerd wordt. Dat levert een heterogeen beeld op (tweede kaartje):

  • 12 van de 38 HHZ’s (30 % van het landbouwareaal): duidelijke afname (>3 mg nitraat per liter)
  • 5 zones (3 % van het landbouwareaal): kleine verbetering (tussen 1 en 3 mg nitraat per liter)
  • 3 zones (24 % van het landbouwareaal): status quo
  • 9 zones (26 % van het landbouwareaal): lichte toename (tussen 1 en 3 mg nitraat per liter)
  • 9 zones (16 % van het landbouwareaal): duidelijke toename (> 3 mg nitraat per liter)

Het doel op het einde van MAP 6 is een globale dalende trend in alle afstroomzones met onvoldoende grondwaterkwaliteit van 3 mg nitraat per liter over de volledige planperiode. Voor bijna 23 % van het landbouwgebied dalen de nitraattrends momenteel onvoldoende.

aanpakHoe pakken we dit aan?

  • Het 6de mestactieplan voor de periode 2019-2022 (MAP 6) moet ervoor zorgen dat minder nitraten (en fosfaten) uit meststoffen in het water terechtkomen.
  • De stroomgebiedbeheerplannen bepalen wat Vlaanderen zal doen om de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater te verbeteren. Alle maatregelen en acties om de toestand van de watersystemen te verbeteren of de overstromingsrisico's beter te beheren, zijn samengebracht in het maatregelenprogramma. Voor deze indicator is vooral Groep 7A - Verontreiniging grondwater van belang.

meer infoMeer informatie

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.