Vlaanderen.be vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Beheer waterlopen / Vismigratie / Waarom vissen migreren

Waarom vissen migreren

Naargelang de soort migreren vissen over grote of beperkte afstand. Ze gaan op zoek naar geschikte plaatsen om te paaien, op te groeien of te overwinteren. Ook de verplaatsingen voor het vinden van voedsel en schuilplaatsen vallen onder vismigratie.

Verschillende migratiebewegingen

De meest opvallende migratie dient voor de voortplanting. Andere mogelijke redenen voor migratie zijn: bescherming zoeken tegen (roof)dieren, vluchten voor verontreiniging, de verplaatsing van het winter- naar het zomerverblijf en omgekeerd, veranderende eisen aan de biotoop tijdens de opeenvolgende levensstadia, het uitwisselen van genetisch materiaal tussen populaties en het uitbreiden van populaties.

We kunnen de migratiebewegingen bij vissen indelen in 5 groepen:

  • voortplantingsmigraties waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen het migreren naar paaiplaatsen en de erop volgende migratie terug naar leef- of opgroeigebieden;
  • migraties die larven en juvenielen – de zogenaamde jaarlingen of 0+-visjes – ondernemen naar verschillende opgroeigebieden (kraamkamers);
  • migraties naar foerageergebieden (voedselrijke of bevoorradingsgebieden);
  • migraties om schuilplaatsen (overwinteringsplaatsen) te zoeken;
  • migraties na incidentele verplaatsingen.

Schema: Migratiepatronen (Johan Coeck, 2002)


Schema: Migratiepatronen (Johan Coeck, 2002).
 

Potadrome of diadrome vissoorten

De palingVissen in rivieren behoren naargelang hun migratiegedrag tot de potadrome of de diadrome vissoorten. Potadrome vissen voeren (jaarlijks) kleine of grotere migraties uit binnen hun riviersysteem. Voorbeelden zijn onder andere de beekforel, de vlagzalm, de barbeel, de sneep, de kopvoorn en de serpeling. Diadrome vissen migreren tussen het mariene milieu en het zoetwater. Bekende voorbeelden zijn paling, bot en zalm.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid