Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Riolering en waterzuivering / Werking en evaluatie saneringsinfrastructuur / Indicatoren als toetssteen

Indicatoren als toetssteen

Je kan onmogelijk elke riolering, elk overstort of elke RWZI permanent op zijn goede werking controleren. Dat is niet haalbaar noch betaalbaar. Maar hoe controleer je dan de goede werking van die infrastructuur? De oplossing: indicatoren.

Een indicator geeft door een score een beeld van een bepaald aspect van het beheer van afvalwater.  Zo kan je in een oogopslag een idee vormen van het beheer van de afvalwatersanering. De berekening van deze scores of indicatorwaarden gebeurt op basis van objectieve meetgegevens.

Eens je afvalwater in de riool terecht komt, geef je het in handen van twee instanties:

  • Eerst is er de gemeente (of een rioolbeheerder aangesteld door de gemeente) die het gemeentelijke rioleringsnetwerk onder haar hoede heeft. Ze staat in voor de fijnmazige inzameling van het huishoudelijke afvalwater.
  • Vervolgens is er Aquafin dat, in opdracht van het Vlaamse gewest, het gewestelijke of bovengemeentelijke netwerk van hoofdriolen (collectoren), pompstations, persleidingen en rioolwaterzuiveringsinstallaties beheert.

Analoog met deze opdeling spreken we dan ook van gemeentelijke en bovengemeentelijke indicatoren.

Gemeentelijke indicatoren

Vier indicatoren geven per gemeente een beeld van het beheer van het gemeentelijke rioleringsstelsel:

  • Indicator 1 geeft een waardering aan de correcte inzameling van het afvalwater van huishoudens en bedrijven (bv. door riolering te ontwerpen volgens de actuele rioleringsrichtlijnen). 
  • Indicator 2 geeft een cijfer aan de inspanningen van de gemeente (of rioolbeheerder) om uitsluitend  afvalwater in te zamelen en om dus zo veel mogelijk regenwater, en ander niet-verontreinigd water uit de riolering  te weren (bv. door het aanleggen van gescheiden riolering).
  • Indicator 3 waardeert de dienstverlening van de gemeente aan haar klanten (bv. de burger die een aansluiting op het riool vraagt of een klacht heeft over de riolering in zijn straat) en de mate waarin de gemeente alle nuttige gegevens over riolering bijhoudt.
  • Indicator 4 geeft een beeld van de inspanningen van de gemeente om ook de individuele zuivering uit te bouwen (IBA of individuele behandeling afvalwater), waar de aanleg van  riolering te duur zou zijn. Ook de handhaving van de milieuvergunningen van kleine bedrijven valt onder indicator 4.
Hoe beoordelen we de gemeenten?

Om deze vier indicatoren jaarlijks te  berekenen, vullen de gemeenten (en rioolbeheerders) een online vragenlijst in. De  VMM vult op voorhand reeds gekende gegevens in, zoals bv. de gemeentelijke rioleringsgraad.

In 2015 ontving de VMM van 305 gemeenten een ingevulde vragenlijst over de situatie in 2014. Jaarlijks heeft overleg plaats met de gemeente over de eigen scores, de bereikte vooruitgang en mogelijke verbeterpunten. Ook de bovengemeentelijke indicatoren en de lokale waterkwaliteit komen dan aan bod. Want een betere waterkwaliteit is natuurlijk het ultieme doel.

De antwoorden van elke deelnemende gemeente (of rioolbeheerder) op de vragenlijst in combinatie met de eigen cijfers van  de VMM geven een waarde voor elk van de vier indicatoren en een globale of gemiddelde waarde.

Er gebeuren 2 berekeningen. De “best case” berekening  houdt geen rekening met de resultaten van de niet-beantwoorde vragen. De “worst case” berekening geeft een score van 0 op 10 voor onbeantwoorde vragen. Per indicator en globaal komt de gemeente volgens de behaalde score in één van drie categorieën terecht:

  • “Een tandje bijsteken”: score tussen 0 en 50%.
  • “Op de goede weg”: score tussen 50 en 100%.
  • “Voortrekker”: score tussen 100 en 150%

Onderstaande grafiek toont de gemiddelde score voor Vlaanderen van de gemeentelijke performantie-indicatoren voor het werkjaar 2014.

Overzicht per indicator voor Vlaanderen.

Bovengemeentelijke  indicatoren

Vijf indicatoren geven per zuiveringsgebied een beeld van het beheer van de gewestelijke saneringsinfrastructuur door Aquafin in het afgelopen jaar.  Een zuiveringsgebied is het gebied waarbinnen alle riolen naar één zelfde rioolwaterzuiveringsinstallatie afvoeren.

  • Indicator 1: beoordeelt of de rioolwaterzuiveringsinstallatie  genoeg afvalwater behandelt.
  • Indicator 2: becijfert hoe goed de rioolwaterzuiveringsinstallatie  haar milieuvergunning respecteert.
  • Indicator 3: geeft aan of de grotere bovengemeentelijke pompstations voldoende afvalwater verpompen naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
  • Indicator 4: toetst de werking van de overstorten in het zuiveringsgebied aan de ontwerprichtlijnen.
  • Indicator 5: beoordeelt de aanpak van onverwachte gebeurtenissen (incidenten) die een invloed kunnen hebben op de goede werking van de zuiveringsinfrastructuur, en ook de aanlevering van de nodige gegevens (bv. verpompte debieten) om de indicatoren te berekenen.

Aan de hand van vijf indicatoren wordt het beheer van de bovengemeentelijke infrastructuur geëvalueerd.

Om de bovengemeentelijke indicatoren jaarlijks te berekenen gebruikt VMM eigen meetgegevens zoals die van het  meetnet overstorten en van het afvalwatermeetnet .  Andere cijfergegevens komen ook van  Aquafin zelf.

Hoe functioneert mijn zuiveringsgebied?

Voor alle grote zuiveringsgebieden, met meer dan 10.000 aangesloten inwoners, en van nog een aantal andere zijn de bovengemeentelijke  indicatoren berekend. Dit betekent dat het beheer van meer dan 95% van de totale vuilvracht in Vlaanderen op deze manier in beeld komt.

Een overzichtsplan (“synoptisch plan”) is beschikbaar per gebied met de belangrijkste  onderdelen (collectoren, opvoergemaal, zuiveringsinstallatie, pompstations, overstorten) symbolisch weergegeven.

Hieronder zie je een voorbeeld van synoptisch plan voor het zuiveringsgebied Hasselt.

Voorbeeld synoptisch plan met aanduiding bovengemeentelijke indicatoren

Raadpleeg het synoptisch plan voor jouw zuiveringsgebied.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid