Vlaanderen.be vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Heffingen / Bereken je heffing / Berekening voor gezinnen

Berekening voor gezinnen

Bij de berekening van de heffing op waterverontreiniging wordt een onderscheid gemaakt tussen grootverbruikers en kleinverbruikers. Watergebruikers die minder dan 500 m³ leidingwater per jaar gebruiken en/of beschikken over een eigen waterwinning met pompcapaciteit kleiner dan 5 m³ per uur, zijn kleinverbruikers. Gezinnen vallen onder deze categorie.

Gezinnen die alleen leidingwater gebruiken van een openbare waterdistributiemaatschappij betalen geen heffing aan de Vlaamse Milieumaatschappij. De openbare waterdistributiemaatschappijen staan zelf in voor de zuivering van dat water. Ze rekenen die kost door aan de verbruiker via de bovengemeentelijke saneringsbijdrage. 

  • Voor informatie over de drinkwaterprijs in Vlaanderen klik je door naar de waterfactuur.
  • Voor informatie over de bovengemeentelijke bijdrage en/of het aanvragen van een vrijstelling van de bijdrage, kan je contact opnemen met je drinkwatermaatschappij. Voor de contactgegevens van je drinkwatermaatschappij, klik op Contact.

De VMM vestigt wel een heffing op het waterverbruik uit een eigen waterwinning. Gezinnen zonder aansluiting bij een drinkwatermaatschappij en gemengde waterwinners (leidingwater en een eigen waterwinning) krijgen een heffingsbiljet op basis van een forfaitaire berekening.

De berekening van de heffing voor kleinverbruikers

De heffing op de waterverontreiniging wordt berekend door het aantal vervuilingseenheden (VE) te vermenigvuldigen met het eenheidstarief. De formule voor de berekening van de heffing is:

Berekening heffing voor kleinverbruikers


Hoe?

Je gebruikt alleen leidingwater

De heffing voor leidingwatergebruikers is vervangen door een bovengemeentelijke saneringsbijdrage. Die wordt aangerekend door de drinkwatermaatschappij. Enkel voor leidingwaterverbruikers van de gemeente Baarle-Hertog die aangesloten zijn bij de drinkwatermaatschappij Brabant Water, wordt er nog een heffing aangerekend.

De heffingsplichtige is de persoon aan wie de drinkwatermaatschappij het waterverbruik factureert. Hij/zij moet de heffing dus betalen.

Voor particulieren en rechtspersonen (nv, vzw, bvba...) gebeurt de bepaling van N (het aantal vervuilingseenheden) als volgt:

N = 0,025 x Qw

Met Qw = het waterverbruik, gefactureerd in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar. Als de facturen geen m³ water vermelden, wordt het aantal tariefeenheden inclusief de gratis geleverde tariefeenheden, gedeeld door 2,37.

De heffing wordt berekend op basis van het leidingwaterverbruik dat de drinkwatermaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar factureert. Dit betekent dus bijvoorbeeld dat het leidingwaterverbruik vermeld op de facturen van 2013 in rekening worden gebracht voor de heffing 2014. Ook de hoeveelheid water die gratis geleverd werd door de drinkwatermaatschappij, wordt in rekening gebracht.

Je gebruikt alleen een eigen waterwinning

Voor particulieren die alleen gebruik maken van een eigen waterwinning wordt 30 m³ in rekening gebracht per persoon die gedomicilieerd is op 1 januari van het heffingsjaar op de plaats van het waterverbruik.

 N = 0,025 x Qp

 Met Qp = 30 m³ x aantal personen dat op 1 januari van het heffingsjaar deel uitmaakt van eenzelfde gezin of gemeenschap.

 Voor rechtspersonen wordt de heffing berekend op basis van 500 m³.

 N = 0,025 x Qp

 Met Qp = 500 m³ voor rechtspersonen.

Je gebruikt leidingwater en eigen waterwinning (gemengde waterverbruiker)

De heffing voor het deel leidingwater werd vervangen door de bovengemeentelijke saneringsbijdrage aangerekend door de drinkwatermaatschappij (zie hierboven). De term Qw in de formules hieronder is dus gelijk aan nul. De leidingwaterverbruikers van de gemeente Baarle-Hertog die zijn aangesloten bij de watermaatschappij Brabant Water, vormen hierop een uitzondering.

Voor particulieren die gebruik maken van leidingwater en een eigen waterwinning wordt de heffing berekend op basis van het gefactureerde leidingwaterverbruik. Dat wordt vermeerderd met een verbruik van 10 m³ per persoon die op 1 januari van het heffingsjaar gedomicilieerd is op de plaats van het waterverbruik.

N = 0,025 x (Qw + Qg)

Met:
  • Qw = het waterverbruik, gefactureerd in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar. Als op de facturen geen m³ water worden vermeld, wordt het aantal tariefeenheden, inclusief de gratis geleverde tariefeenheden, gedeeld door 2,37
  • Qg = 10 m³ x aantal personen dat op 1 januari van het heffingsjaar deel uitmaakt van eenzelfde gezin of gemeenschap

Voor rechtspersonen wordt de heffing berekend op basis van het leidingwaterverbruik vermeerderd met 500 m³.

N = 0,025 x (Qw + Qg)

Met:
  • Qw = het waterverbruik, gefactueerd in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar. Alsde facturen geen m³ water vermelden, wordt het aantal tariefeenheden inclusief de gratis geleverde tariefeenheden, gedeeld door 2,37
  • Qg = 500 m³
Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid