Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Bouwen / Regenwater / Hergebruik

Hergebruik

Regenwater kan je gebruiken in de tuin, om de toilet door te spoelen, voor de wasmachine en om te poetsen. Dat is een slimme keuze, want het is goedkoper dan kraantjeswater en beter voor het milieu. Maar regenwater is geen drinkwater. Het is niet geschikt om koffie te zetten, te koken of om je ermee te wassen.

Principe

Hergebruik regenwaterHet principe van een regenwaterput is eenvoudig. Het regenwater van het dak wordt opgevangen in een waterdichte tank. Via een pomp wordt dit water binnen de woning naar de WC of wasmachine gebracht. Hiervoor leg je een  tweede watercircuit aan. Je voorziet best de mogelijkheid om de put bij te vullen of over te schakelen op kraantjeswater, voor als die leeg komt te staan. Is er te veel regenwater, dan loopt de put over naar een infiltratievoorziening of de riool in de straat. Daar sluit je aan op de regenwaterafvoer.

Een goede uitvoering van je regenwatersysteem is cruciaal om nadien met een minimum aan onderhoud te kunnen genieten van je regenwater.

Aandachtspunten

  • Bij een nieuwbouw kan je van meet af aan rekening houden met het hergebruik van regenwater en een tweede watercircuit voorzien. Voor bestaande gebouwen ligt dat vaak iets moeilijker omdat er aanpassingen moeten gebeuren, toch loont het ook hier de moeite.
  • Belangrijk is dat je de bestaande afwateringssituatie in en rond je woning goed kent. Ook als je op het punt staat een woning te kopen, is het belangrijk meer info op te vragen over de aanwezige wateraanvoer en -afvoeren, de regenwaterput of infiltratievoorziening.
  • Regenwater is zacht en zuur. Zacht water is een voordeel, want je hebt minder wasmiddel nodig. Zuur water tast metalen leidingen aan. Gebruik daarom een geschikte pomp en kunststofbuizen om het regenwater in huis te verdelen.Pictogram niet drinkbaar water

  • Op alle tappunten gevoed met regenwater moet je een sticker voorzien met het pictogram ‘Niet drinkbaar’.

Foto De Watergroep

  • Let er op dat je soms aan bepaalde voorschriften moet voldoen. Tijdens de verplichte keuring van het drinkwatercircuit en de privéwaterafvoer worden de voorschriften gecontroleerd
    • De gewestelijke stedenbouwkundige verordening bepaalt de grootte van de regenwatertank en het aantal aansluitpunten. Controleer je bouwvergunning indien van toepassing.
    • Het technisch reglement van Aquaflanders beschrijft o.a. de voorschriften van het bijvulsysteem

Voorfilter

Hoe properder het water in de regenwaterput komt, hoe minder kans dat het later voor verkleuring en geuroverlast zorgt. Ook verstoppingen kunnen vermeden worden met de nodige filtering van het regenwater.

Je kan op drie plaatsen het regenwater gaan filteren.

  • Bij een eerste filtering voorkom je dat bladeren en takjes in de regenwaterput terechtkomen. Gebeurt dat toch dan kunnen ze op de bodem van de put beginnen rotten met alle gevolgen van dien. Voorzie in de dakgoot dus een spin of netje die het grofste materiaal tegenhoudt. En vergeet vooral niet af en toe, en vooral in de herfst, je goot te kuisen, zeker als er bomen in de buurt staan.
  • Voordat het water uit de put wordt aangezogen volgt de tweede filtering. Een fijnmazig gaas is aangebracht rond de aanzuigleiding zodat vaste deeltjes in geen geval de leiding kunnen verstoppen. Met deze twee filteringen is het water vaak van voldoende kwaliteit om het toilet te spoelen of de was te doen.
  • Indien het water toch nog kleur of een geurtje heeft, kan je eventueel nog kiezen voor een 3e filter na de pomp. Een actief-koolfilter absorbeert geur- en kleurstoffen. Deze filters vragen wel enig onderhoud.

Tot slot bestaan ook nog UV-filters en omgekeerde osmose om het regenwater tot een nog hogere kwaliteit te zuiveren. Dat is niet nodig voor poetsen, toiletspoeling of de wasmachine.  Van je gezuiverde regenwater drinken of je ermee wassen, blijft een risico voor je gezondheid en is dus sterk af te raden.

Toevoerleiding

Het regenwater dat van het dak in de regenwaterput terecht komt, moet zo zacht mogelijk in de put terechtkomen. Zo niet, is er opwoeling van slib en geraakt het water bevuild. Om dit te verhelpen gebruik je best een aanvoerleiding die tot beneden in de put loopt en daar een bocht van 180° maakt.

Regenwaterput

Regenput in kunststofRegenwaterputten zijn zowel verkrijgbaar in beton als in kunststof. Beiden hebben hun voor- en nadelen. Een uitgebreidere beschrijving is terug te vinden in de brochure ‘Waterwegwijzer bouwen en verbouwen’.

Belangrijk is de juiste dimensionering toe te passen. De dimensionering gebeurt op basis van enerzijds de wettelijke minimumvoorschriften en anderzijds een inschatting van het verwachte hergebruik en de dakoppervlakte.

 

De keuze van de locatie van de regenwaterput en het volgen van de plaatsingsvoorschriften zijn ook cruciaal voor een goede werking nadien.

Overloop

In periodes dat het meer regent dan we regenwater kunnen gebruiken of opslaan, moet de regenwaterput altijd kunnen overlopen. Volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening moet de overloop van de regenwaterput aangesloten worden op een infiltratievoorziening, als de bodem dit toelaat. Het regenwater dat niet kan geïnfiltreerd worden, kan aangesloten worden op de riolering in de straat.

Pomp

Pomp voor regenwaterDe pomp zorgt ervoor dat je regenwater tot overal in jouw woning geraakt. De keuze ervan is dus belangrijk. Heel wat verschillende pompen zijn op de markt maar voor regenwaterputten worden momenteel centrifugaalpompen het meeste toegepast.

Laat je op voorhand degelijk informeren over het type pomp dat bij jouw situatie past. Deze belangrijke eigenschappen kun je best nagaan in je vergelijking:

  • Hoeveel energie verbruikt de pomp?
  • Welk type droogloopbeveiliging heeft de pomp? Een droogloopbeveiliging verhindert dat een pomp blijft werken wanneer er te weinig water in de put staat. Een vlotter kan de pomp doen afslaan wanneer het water te laag staat. Dompelpompen en drukgestuurde centrifugaalpompen hebben een inwendige droogloopbeveiliging.
  • Wat is het vermogen van de pomp?
  • Hoe loopt de drukopbouw?
  • Maakt de pomp veel lawaai? Waar zal de pomp komen te staan?
  • Wat is het zelfaanzuigend vermogen?
  • Wat is de aanzuighoogte?

Centrifugaalpompen bouwen druk op door middel van een ronddraaiend schoepenwiel of waaier, aangedreven door een elektromotor. Er bestaan drie types centrifugaalpompen: de hydrofoorgroep, de drukgestuurde pomp en de dompelpomp.

  • Een hydrofoorinstallatie is de combinatie van een centrifugaalpomp met een drukvat. In dit drukvat zit een membraan dat het water scheidt van een luchtkussen. De pomp vult het vat tot er een bepaalde druk is opgebouwd. Als er water wordt gebruikt, daalt de druk. Als de druk echter te laag wordt, zal het vat terug aangevuld worden. Het is een goedkoop en betrouwbaar systeem. Het nadeel is wel dat de druk aan de ingang niet stabiel is. Mogelijk is daardoor een bijkomende drukregelaar nodig. De pompen zijn ook eerder lawaaierig. Om dat lawaai te beperken, kunnen centrifugaalpompen met meerdere waaiers worden gebruikt. Bij het gebruik van een drukvat kunnen zich wel bacteriën ontwikkelen op het membraan.
  • Een drukgestuurde pomp met een elektronische sturing heeft geen reservoir. Zodra er water wordt gebruikt, daalt de druk in de regenwaterput een beetje en reageert de pomp daarop. Deze pompen zijn duurder, maar eisen geen bijkomende drukregelaar en zijn minder luidruchtig. De sturing via drukverschillen werkt tegelijk ook als een beveiliging tegen drooglopen. Als de regenwaterput droog loopt, valt de druk immers op dat moment weg.
  • Een dompelpomp staat op of hangt iets boven de bodem van de put en zuigt het water rechtstreeks aan. Dompelpompen zijn duurder in aanschaf maar zijn vrij geruisloos, gezien de pomp zich onder water bevindt. Daardoor bespaart dit systeem ook plaats.

Bijvulsysteem

Als het een langere periode wat droger blijft, kan het zijn dat de regenwaterput bijna leeg komt te staan. Als dat gebeurt, kun je de put bijvullen met leidingwater. Donooit fysiek contact tussen toevoerleiding van het drinkwater en het water in de regenwatertanke hem echter nooit meteen weer helemaal vol, maar vul enkel de hoeveelheid water aan die je denkt nodig te hebben voor de komende 2 dagen. Eens het terug begint te regenen, is de put zo weer gevuld.

Belangrijk is dat het bijvullen gebeurt op een correcte manier. Om vervuiling of besmetting van het drinkwaternet te voorkomen mag er nooit fysiek contact zijn tussen de toevoerleiding van het drinkwater en het water in de regenwaterput.Bijvullen of omschakelen kan via één van de onderstaande systemen.

Foto's De Watergroep

  • Bijvullen van de regenwaterput met kraantjeswater.

    Reglementaire bijvulling tweedecircuitwaterControleer regelmatig het peil van het water in de regenwaterput. In droge periodes kan je bij lage waterstand regelmatig een hoeveelheid kraantjeswater op een gecontroleerde wijze in de tank laten lopen. Zorg er dan voor dat de leidingen elkaar niet raken. Hang bijvoorbeeld een trechter 5 centimeter onder de drinkwaterkraan en laat het kraantjeswater daar instromen. Gebruik je een tuinslang, hang die dan niet helemaal inde put. De slang mag niet in contact komen met het regenwater. Beperk de hoeveelheid kraantjeswater die je laat instromen, zodat het niet verloren gaat via de overloop van je put.

Schema bijvulling van regenwatertank met kraantjeswater (bron Technisch Reglement van Aquaflanders)

 

 

  • Omschakelen naar een buffervat.

    In een buffervat zit een kleine hoeveelheid kraantjeswater, bijvoorbeeld 10 liter. Als de regenwaterput leeg is, gaat de pomp water tappen uit het buffervat. Het mechanisme stopt automatisch als er weer regenwater in de put zit. Door telkens maar een klein beetje drinkwater bij te vullen, vermijd je dat je tientallen liters proper leidingwater verspilt.

    De automatische bijvulsystemen moeten door Belgaqua gekeurd te zijn. Zorg voor een onderbreking van de afvoer van het automatisch bijvulsysteem ten opzichte van de riolering. Zo voorkom je lekverliezen.

Schema omschakelen naar een buffervat (bron Technisch Reglement Aquaflanders)

  •  Een dubbel leidingennet

Wie dat wil, kan naar sommige toestellen twee aparte leidingen aanleggen: één voor regenwater en één voor kraantjeswater. Is het regenwater op, dan kun je het toestel op kraantjeswater aansluiten. Na stilstand en na overschakeling dienen de leidingen grondig te worden doorgespoeld en zo nodig gereinigd. Dit systeem is duurder omdat het een dubbel watercircuit aanlegt.

Schema dubbel leidingnet

Schema's Technisch Reglement Aquaflanders

Dimensionering regenwaterput

Betonnen regenwaterputHet optimaal volume van een regenwaterput is vooral een evenwicht tussen 2 aspecten. Enerzijds de hoeveelheid regenwater die je maximaal kan opvangen met de beschikbare dakoppervlakte, en anderzijds de voorziene hoeveelheid regenwater die hergebruikt zou worden. Een regenwaterput mag niet te groot maar ook niet te klein gedimensioneerd zijn. Houd wel steeds rekening met de minimumvoorwaarden uit de gewestelijke of lokale verordening.

Een te kleine regenwaterput is economisch niet interessant. Als de regenwaterput te vaak leeg staat, moet hij te dikwijls opnieuw bijgevuld worden met leidingwater. Op die manier gaat het waterbesparend effect deels verloren. Een te grote tank is evenmin interessant. Het is duurder in plaatsing en het regenwater wordt onvoldoende ververst. Het is immers goed dat een tank af en toe wat overloopt.

Beredeneerd gebruik van (regen)water blijft sowieso steeds aangewezen. Regenwater valt dan wel gratis uit de lucht, je springt er best niet te kwistig mee om. Regenwater is bijvoorbeeld erg geschikt om planten te begieten tijdens drogere periodes. Toch kan het gebeuren dat bij aanhoudende droogte de put leeg zal komen te staan. Hoe groot je de put ook voorziet, het volume opgevangen regenwater is altijd begrensd door de grootte van het aanvoerend dakoppervlak. Af en toe bijvullen hoort er dus bij, maar liever zo weinig mogelijk natuurlijk.

Voor de exacte berekening zal men rekening houden met 3 factoren, nl.:

  • het gebruiksdebiet: afhankelijk van het type gebruik van regenwater.
  • de aanvoerende dakoppervlakte: in Vlaanderen bedraagt de gemiddelde jaarlijkse neerslag 760 liter per m². Een klein deel blijft natuurlijk achter op het dak.
  • het gemiddeld percentage leegstand van de regenwaterput: men streeft meestal naar een gemiddelde leegstand van 5 tot 10%, dit geeft een niet te grote of niet te kleine regenwaterput.

Laat je voor de dimensionering van de regenwaterput bijstaan door een professional of architect. 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid