Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Klimaat / Aanvullende informatie temperatuur

Aanvullende informatie temperatuur

Aanvullende informatie temperatuur

Over doelstellingen en referentieperiodes

Het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties uit 1992 (UNFCCC) bepaalt dat de broeikasgasconcentratie in de atmosfeer gestabiliseerd moet worden op een niveau waarop geen gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem optreedt. Dit moet gebeuren binnen een termijn die ecosystemen toelaat zich op natuurlijke wijze aan te passen aan de klimaatverandering, die de voedselvoorziening verzekert en die de economische ontwikkeling op een duurzame manier laat voortgaan. In de EU is in 2008 afgesproken dat daartoe de mondiale jaargemiddelde temperatuur maximum 2 °C mag stijgen ten opzichte van de periode voor het industriële tijdperk. Sinds eind 2010 hebben ook de landen onder het Klimaatverdrag de stabilisatiedoelstelling van 2 °C overgenomen. En in 2015 werd met het Klimaatakkoord van Parijs een globaal actieplan goedgekeurd om de mondiale temperatuurtoename ruim onder de 2 °C te houden, met als streefdoel de stijging te beperken tot 1,5 °C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk.

Omdat (zeker binnen Europa) de jaargemiddelde temperaturen in de pre-industriële periode 1750-1799 erg gelijkaardig zijn met deze in de periode 1850-1899 en in deze laatste periode metingen voor veel meer locaties beschikbaar zijn, wordt voor toetsing aan de 2 °C-doelstelling doorgaans gewerkt met 1850-1899 als referentieperiode.

Invloed van de mens op de mondiale temperatuur

Ondanks enkele korte periodes van afkoeling (eind 19de eeuw, de jaren 1910 en de jaren 1950) kende de jaargemiddelde temperatuur op aarde de laatste 140 jaar een belangrijke stijging. Die stijging is zowel in omvang als in snelheid waarmee ze plaatsvindt ongewoon, en overtreft ruimschoots de natuurlijke klimaatfluctuaties van de laatste 1 000 jaren.

Van jaar tot jaar kunnen de optekende temperaturen wat schommelen, maar de opwaartse trend is overduidelijk, met de 28 warmste jaren sinds 1850 allemaal gelegen in de periode 1990-2020. Schommelingen in de mondiaal gemiddelde temperatuur houden in belangrijke mate verband met de natuurlijke, meerjaarlijkse schommelingen door de afwisseling tussen El Niño en La Niña, met respectievelijk een opwarmend en een afkoelend effect onder invloed van overheersende stromingen en windpatronen in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan. Daarnaast kunnen ook andere natuurlijke fenomenen voor een tijdelijke rem op de algemene temperatuurtoename zorgen, bv. meer vulkaanuitbarstingen of een periode van verminderde zonneactiviteit. Tot slot speelt ook de interne variabiliteit in het aardse klimaatsysteem (herverdeling warmte in diepere oceaanlagen) een rol in de verschillen van jaar tot jaar.

Het IPCC wijst de toename van de mondiale temperatuur in de laatste decennia vooral toe aan antropogene activiteiten, waarbij vooral de uitstoot van broeikasgassen heeft geleid tot een stijging van de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer. Ook natuurlijke factoren zoals de verandering in zonne‐ en vulkaanactiviteit beïnvloeden de jaargemiddelde temperatuur op aarde, maar deze factoren kunnen de substantiële opwarming van de laatste 50 jaar niet verklaren. De verhoogde concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer zorgt niet alleen voor een toename van de gemiddelde temperatuur op aarde met verschuiving van de klimaatzones, maar leidt ook tot wijzigingen in het voorkomen en de intensiteit van extreme weersfenomenen.

Invloed verstedelijking op omgevingstemperatuur

Uit analysen van het KMI, de KU Leuven en VITO blijkt dat de temperatuurstijging in Ukkel voor een deel ook veroorzaakt kan zijn door het zogenaamde hitte-eilandeffect. Zo wordt een kwart van de temperatuurstijging in de zomer, opgetekend te Ukkel tussen 1960 en 1999, toegewezen aan een intensivering van het stedelijke effect in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Onder invloed van een verstedelijking van het landschap, wijzigt immers het lokale windklimaat en komen meer materialen als beton en asfalt voor die beter de warmte capteren. Dit leidt vooral 's nachts tot de vorming van hitte-eilanden, waarbij de stad minder afkoelt dan het omliggende platteland.

Ruimtelijke temperatuurpatronen

  • De jaargemiddelde temperatuur loopt op van het zuidoosten naar het noordwesten van ons land, en van 7,5 °C op de Hoge Venen en sommige Ardense toppen tot 11,4 °C in de Kempen.

Ruimtelijk patroon in jaargemiddelde temperatuur onder het huidig klimaat (België, 1991-2020)

Ruimtelijk patroon in jaargemiddelde temperatuur onder het huidig klimaat (België, 1991-2020; Bron: KMI)

  • Het jaargemiddelde voor het Belgische grondgebied in zijn geheel bedroeg 10,2 °C in de periode 1991-2020. Warmste en koudste maanden waren respectievelijk de maanden juli (18,1 °C) en januari (3 °C). De opgetekende dagelijkse maximum- en minimumtemperaturen vertonen steeds variaties van circa 4 °C binnen het Belgisch grondgebied, onafhankelijk van de maand of het seizoen. Hun verdeling wordt hoofdzakelijk bepaald door twee factoren: de afstand tot de zee en de hoogteligging. De temperatuur van het zeewater verandert uiterst langzaam, wat de seizoenvariatie van de temperatuur aan de Kust afzwakt en vertraagt: de winter is er zachter en de zomer frisser dan in het binnenland. Buiten de kuststreek daalt de temperatuur gemiddeld met 0,6 °C voor elke 100 meter hoogteverschil. Meer info.

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.