Vlaanderen.be vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Waterbodem / Chemische beoordeling

Chemische beoordeling

Beoordeling van de waterbodemkwaliteit voor zware metalen en organische microverontreinigingen.

Metalen

Uit de analyse van de zware metalen blijkt dat gemiddeld 10% van de onderzochte waterbodems voor metalen verontreinigd  tot sterk verontreinigd zijn. 

In iets meer dan 80% van de onderzochte waterbodems blijft het gehalte aan chroom beneden de triade referentiewaarde. Een decennium geleden was dit slechts 65%. De evolutie voor lood, arseen, koper en zink is minder uitgesproken: voor lood zijn nog steeds 40% van de waterbodems verontreinigd. Voor arseen is dit nog steeds 10%. Koper en zink worden in ongeveer de helft van de onderzochte waterbodems in een verhoogde concentratie teruggevonden.

De concentraties voor cadmium, kwik en nikkel kennen de beste evolutie. Cadmium wordt nu nog in slechts 20% van de onderzochte bodems in verhoogde concentraties teruggevonden, terwijl dit in de eerste twee meetcampagnes, nog op 30% à 40% van de meetplaatsen het geval was. Het aantal waterbodems waar kwik wordt teru

Organische microverontreiniging

Polycyclische Aromatische koolwaterstoffen en apolaire koolwaterstoffen (KWS ap. of olie) vormen een zeer algemeen verspreid probleem in waterbodems.

Hoewel olieverontreiniging (KWS ap.) algemeen verspreid is in waterbodems, blijkt uit een vergelijking van de kwaliteit van de onderzochte waterbodems een positieve evolutie tot 2011. De sterke toename van het percentage niet verontreinigde waterbodems (van 7% naar 18%) en de afname van het percentage sterk met olie verontreinigde bodems (van 33% naar 25%) illustreren die verbetering. Deze evolutie zet zich duidelijk niet door in de laatste meetperiode (2012-2015). Alle waterbodems hebben een verhoogde olieconcentratie. Slechts 3 van de 228 onderzochte waterbodems zijn niet verontreinigd met olie. De niet verontreinigde waterbodems met olie zijn de laatste vier jaar nagenoeg verdwenen. De precieze oorzaak hiervan wordt nog verder onderzocht.

Organochloorpesticiden (meestal insecticiden), hebben de neiging te binden aan zwevende deeltjes in de waterkolom. Als deze deeltjes bezinken, komen de eraan vastgehechte polluenten in de waterbodem terecht. Daar kunnen ze nog lange tijd aanwezig blijven. De meetresultaten worden op basis van de vergelijking met de referentiewaarde (3,9 µg/kg ds) voor het geheel van de OCP’s in kwaliteitsklassen ingedeeld.

In het waterbodemonderzoek worden de volgende organochloorpesticiden geanalyseerd: DDT’s, drins, hexachloorhexanen, hexachloorbutadieen, hexachloorbenzeen en chlordanen.

Bijna 80% van alle meetplaatsen, bemonsterd in de eerste 3 meetcampagnes, vertoonde geen afwijking ten opzichte van de referentiewaarde voor organochloorpesticiden (OCP’s). Deze meetplaatsen worden in deze beoordeling als niet verontreinigd beschouwd. De laatste jaren (2012-2015) is het aandeel van niet verontreinigde waterbodems met OCP’s echter gedaald van 80% naar 65%. Niet verontreinigd werd licht verontreinigd (klasse 2) en verontreinigd (klasse 3).

Lees het rapport Kwaliteit van de waterbodem in 2015

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid