Vlaanderen.be vmm.be

In- en effluent RWZI's

Bespreking van de influent- en effluentvrachten van RWZI's.

De algemene evolutie van de lozingen door RWZI’s wordt opgevolgd op basis van de parameters:

  • biochemisch zuurstofverbruik (BZV)
  • chemisch zuurstofverbruik (CZV)
  • stikstof (N t)
  • fosfor (P t)

Evolutie influent- en effluentvrachten

De donkerblauwe staaf in de figuren toont de influentvracht van alle Vlaamse RWZI’s. De lichtblauwe staaf toont de effluentvracht van alle Vlaamse RWZI’s en staat dus voor de belasting op het oppervlaktewater.
Evolutie biochemisch zuurstofverbruik (in ton/jaar) influent- en effluentvrachten

Evolutie influent- en effluentvrachten biochemisch zuurstofverbruik (in ton/jaar) van RWZI’s

Evolutie influent- en effluentvrachten (in ton/jaar) chemisch zuurstofverbruik

Evolutie influent- en effluentvrachten (in ton/jaar) chemisch zuurstofverbruik van RWZI’s

Evolutie influent- en effluentvrachten (in ton/jaar) totaal stikstof

Evolutie influent- en effluentvrachten (in ton/jaar) totaal stikstof van RWZI’s

Evolutie influent- en effluentvrachten (in ton/jaar) totaal fosfor

Evolutie influent- en effluentvrachten (in ton/jaar) totaal fosfor

De influentvrachten van RWZI’s zijn voornamelijk samengesteld uit huishoudelijke en industriële vrachten. Daarnaast kunnen ook diffuse bronnen, zoals landbouw, onrechtstreeks bijdragen tot de influentvrachten van RWZI’s.

In de periode 2004 tot 2013 is de influentvracht significant gestegen. Deze stijging gaat van 21% voor BZV en CZV, naar 28% voor P t, tot 36% voor N t. Ze kan grotendeels verklaard worden door de bouw van nieuwe riolen en collectoren, zodat extra huishoudens en industrie op de RWZI’s lozen. Dit wordt bevestigd wanneer we naar het totale influentdebiet kijken. Hoewel het debiet afhankelijk is van de neerslaghoeveelheid (wat de grote sprongen verklaart), kan ook daar een stijgende trend worden waargenomen.

Evolutie debieten en vrachten

Evolutie influentdebiet en -vrachten van RWZI’s ten opzichte van 2004 (100%)

 Evolutie influentdebiet en -vrachten van RWZI’s ten opzichte van 2004 (100%)

Evolutie effluentdebiet en -vrachten van RWZI’s ten opzichte van 2004 (100%)

Evolutie effluentdebiet en -vrachten van RWZI’s ten opzichte van 2004 (100%)

De RWZI’s loosden in 2013 in het oppervlaktewater:

  • 2030 ton BZV
  • 24300 ton CZV
  • 600 ton P t
  • 5310 ton N t

Deze effluentvracht is de restvracht na zuivering van het afvalwater en vormt de uiteindelijke belasting op het oppervlaktewater.

In de afgelopen 10 jaar vertoont de effluentvracht niet dezelfde stijgende trend als de influent-vracht. Voor de parameter BZV zien we dat de effluentvracht meestijgt met de influentvracht. Voor de parameters CZV, N t en P t is er geen stijging waar te nemen.

Een verklaring hiervoor, is het steeds beter wordende verwijderingsrendement van de RWZI’s. Het gemiddelde verwijderingsrendement is in 2013 ten opzichte van 2004 gestegen voor de parameters CZV, N t en P t. Voor BZV zien we dat het verwijderingsrendement al 10 jaar lang rond het optimum van 97% hangt.

Stof20042013
BZV 97% 97%
CZV 88% 89%
N t 71% 80%
P t 79% 84%

 Pesticiden

Behalve zuurstofbindende stoffen en nutriënten kan het effluent van RWZI’s andere stoffen bevatten die een risico vormen voor het milieu, waaronder pesticiden.

In 2011 werden in Vlaanderen op een totaal van 10 RWZI’s door de VMM analyses uitgevoerd op pesticiden van de kaderrichtlijn Water in het effluent. Meer bepaald werd er gezocht naar alachloor, atrazine, diuron, isoproturon en simazine. De volgende RWZI’s werden onderzocht: Boom, Brugge, Geel, Gent, Ieper, Oudenaarde, Riemst, Sint-Truiden, Steenokkerzeel-Noord en Tienen.

Deze pesticiden worden beschouwd als prioritaire stoffen.

PesticideEvaluatie effluent
Alachloor

Op een totaal van 126 metingen in de effluenten van de RWZI's kon 10 maal een concentratie alachloor worden bepaald. Dat gebeurde bij 6 van de 10 RWZI's.

De milieukwaliteitsnorm werd 2 maal overschreden door 1 RWZI.

Atrazine

Op een totaal van 126 metingen in de effluenten van de RWZI’s kon 2 maal een concentratie atrazine worden bepaald. Dat gebeurde bij 2 van de 10 RWZI’s.

De milieukwaliteitsnorm werd nergens overschreden.

Diuron

Op een totaal van 126 metingen in de effluenten van de RWZI’s kon 77 maal een concentratie diuron worden bepaald. Dat gebeurde bij alle 10 de RWZI’s.

De milieukwaliteitsnorm werd 46 maal overschreden door 9 van de 10 RWZI’s.

Isoproturon

Op een totaal van 126 metingen in de effluenten van de RWZI’s kon 31 maal een concentratie isoproturon worden bepaald. Dat gebeurde bij 9 van de 10 RWZI’s.

De milieukwaliteitsnorm werd 14 maal overschreden door 7 van de 10 RWZI’s.

Simazine

Op een totaal van 126 metingen in de effluenten van de RWZI’s kon 10 maal een concentratie simazine worden bepaald. Dat gebeurde bij 6 van de 10 RWZI’s.

De milieukwaliteitsnorm werd slechts 1 maal overschreden.

Aantal metingen en aantal RWZI’s per parameter in 2011 ten opzichte van de bepaalbaarheidsgrens (BG)
Parameter#meting

#meting

>BG

meting

>BG

#RWZI

#RWZI

>BG

%RWZI

>BG

BG

(µg/l)

Alachloor 126 10 8% 10 6 60% 0,1
Atrazine 126 2 2% 10 2 20% 0,1
Diuron 126 77 61% 10 10 100% 0,1
Isoproturon 126 31 25% 10 9 90% 0,1
Simazine 126 10 8% 10 6 60% 0,1
Aantal metingen en aantal RWZI’s per parameter in 2011 ten opzichte van de milieukwaliteitsnorm (MKN)
Parameter# meting

#meting

>MKN

meting

>MKN

#RWZI

#RWZI

>MKN

RWZI

>MKN

MKN

(µg/l)

Alachloor 126 2 2% 10 1 10% 0,3
Atrazine 126 0 0% 10 0 0% 0,6
Diuron 126 46 37% 10 9 90% 0,2
Isoproturon 126 14 11% 10 7 70% 0,3
Simazine 126 1 1% 10 1 10% 1
Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid