Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Kwaliteit waterlopen / Hydromorfologie

Hydromorfologie

Niet alleen de water- en waterbodemkwaliteit, maar ook de mate van natuurlijkheid van een waterloop of een meer heeft een grote invloed op de levende organismen.

De ecologische toestand van oppervlaktewateren wordt niet enkel bepaald door de biologische en fysisch-chemische kwaliteit. Een belangrijke factor die de ecologische toestand mee bepaalt, is de hydromorfologie of structuurkwaliteit van de waterloop. Hoe meer variatie in hydromorfologische kenmerken van een oppervlaktewater, hoe meer verschillende biotopen er kunnen bestaan. Die verscheidenheid van biotopen betekent op haar beurt een potentieel grotere diversiteit van dier- en plantensoorten in het water. Een goede ecologische toestand van onze oppervlaktewateren hangt af van een goede biologische waterkwaliteit, die onder andere onrechtstreeks bepaald wordt door een betere structuurkwaliteit.

De hydromorfologie van een waterloop omvat verschillende aspecten:

  • variabiliteit in breedte en diepte
  • kwantiteit en dynamiek van de waterstroming
  • interactie met het grondwater
  • structuur en materiaal van de bedding en de oevers
  • riviercontinuïteit, mate van meanderen
  • enz.

Hydromorfologische monitoring biedt niet alleen informatie ter bepaling van de toestand van een waterlichaam, maar biedt ook een belangrijke meerwaarde voor de waterbeheerders. Een efficiënt waterbeheer wordt versterkt door nauwkeuriger gegevens die een meer strategische selectie van ingrepen toelaten.

Resultaten

In de periode 2000-2013 werden 294 Vlaamse en 168 lokale waterlichamen van eerste orde beoordeeld op vlak van hun hydromorfologische kenmerken.   Waterlichamen van de categorie ‘overgangswater’ en voor de meeste waterlichamen van de categorie ‘meer’ werd tot op heden geen beoordeling toegekend.

Algemeen gezien blijken de waterlichamen van eerste orde het over het algemeen beter te doen dan de Vlaamse waterlichamen.  Misschien niet verwonderlijk als blijkt dat 87% van de Vlaamse waterlichamen het statuut ‘kunstmatig’ of ‘sterk veranderd’ krijgt tegenover ‘slechts’ 59% bij de waterlichamen van eerste orde.  In de scorebepaling voor het aspect hydromorfologie wordt voor kunstmatige en sterk veranderde waterlichamen immers op dit moment nog geen rekening gehouden met de eventuele nuttige doelen die aan deze waterlichamen werden toegekend. Een rechtgetrokken stuk waterloop ten behoeve van de scheepvaart zal uiteraard automatisch slechter scoren voor bv. het aspect sinuositeit.  Elke op vandaag toegekende score gaat nu dus nog uit van een volledig natuurlijke waterlichaam.  Een MEP/GEP correctie dient nog verder te worden onderzocht.

Toestand in Vlaanderen

Grafiek klassenverdeling hydromorfologie 2013Van alle geïnventariseerde waterlichamen scoort 1% slecht en 26,75% ontoereikend.  De overgrote meerderheid van de waterlichamen (52,69%) scoort matig.  11,38% scoort goed en slechts twee waterlichamen kregen de score zeer goed.

Enkel de Vlaamse waterlichamen (n = 195) in beschouwing genomen scoort 41,02% ontoereikend tot slecht, 36,92% scoort matig en 8,21% scoort goed.  Bij de waterlichamen van eerste orde (n=306) krijgt geen enkel waterlichaam het label ‘slecht’ voor het kwaliteitselement hydromorfologie. 62,75% scoort matig, 13,40% scoort goed en 0,65% scoort zeer goed (het Klein Schijn in het bekken van de Benedenschelde en de Gulp in het bekken van de Maas).

Kwaliteit in de verschillende bekkens

Klasseverdeling hydromorfologie waterlichamen per bekken

Klasseverdeling voor hydromorfologie van alle waterlichamen per bekken. Rood: slecht, oranje: ontoereikend, geel: matig, groen: goed, blauw: zeer goed, grijs: geen beoordeling

In het IJzerbekken wordt 3,5% van de waterlichamen als goed beoordeeld (Heidebeek en Wanebeek). De helft van de waterlichamen scoort echter ontoereikend.  41% krijgt een matige score toegekend. Het poldergebied in het IJzerbekken is hydromorfologisch beter dan het stroomgebied van de IJzer zelf.

De toestand van de hydromorfologie in het Leiebekken is overwegend matig (54%). 7,5% van de waterlichamen scoort er goed en 36% scoort ontoereikend.

Eén waterlichaam krijgt de score goed in het bekken van de Brugse Polders. 42,5% scoort er ontoereikend en 37,5% krijgt de score matig.

In het Denderbekken is de algemene toestand van de hydromorfologie overwegend matig.  Een kleine 15% kent een ontoereikende hydromorfologische toestand en een even groot aandeel waterlichamen scoort hier goed.

45,5% van alle beoordeelde waterlichamen in het Bovenscheldebekken scoort matig. 9% scoort er goed.  36% wordt als ontoereikend beschouwd.

Geen enkel waterlichaam in het bekken van de Gentse Kanalen scoort goed op vlak van de hydromorfologische kwaliteit. Heel wat waterlopen in het bekken van de Gentse Kanalen zijn ook kunstmatig van oorsprong. De toestand is er overwegend matig (42%) tot ontoereikend (47%).  De polderwaterlopen scoren beter dan waterlopen in niet-poldergebied.

Het Benedenscheldebekken is het eerste bekken in Vlaanderen waar een waterlichaam de score zeer goed toebedeeld krijgt. De rest van de waterlichamen scoort er overwegend matig (42%) tot ontoereikend (22%). 11% krijgt nog de score goed en één waterlichaam krijgt de score slecht toebedeeld.

Binnen het Netebekken scoren de waterlichamen overwegend matig (64%) tot goed (21%). 14% van de waterlichamen in het Netebekken scoort ontoereikend.

13% van de waterlichamen in het Dijle-Zennebekken scoort hydromorfologisch goed. Van de overige waterlichamen scoort 54% er matig, 22% ontoereikend en 7% slecht.

Het overgrote deel van de waterlichamen uit het Demerbekken scoort matig (71%).  10% scoort ontoereikend en 16% scoort goed.

Ook in het Maasbekken is er één waterlichaam dat de score zeer goed krijgt. 19% scoort goed en de overgrote meerderheid (58%) matig. 16% scoort er nog slecht.

Deelmaatlatten

Een ontoereikende of slechte score wijst meestal op grootschalige recht-trekkingen in het verleden, wat een slechte deelscore voor de deelaspecten profiel, bedding en alluviale processen als gevolg heeft.  Een matige hydromorfologische kwaliteit wijst eerder op kleinere ingrepen zoals oeververdediging en intensieve ruimingen.

Deelmaatlatten 2013Klasseverdeling per deelscore voor hydromorfologie van alle geïnventariseerde waterlichamen in Vlaanderen (n=462). P: profiel, B: bedding, O: oever, S: stroming, LoC: Longitudinale continuïteit, LaC: laterale continuïteit, AP: alluviale processen.

Zoals eerder aangehaald is de hydromorfologische kwaliteitswaardering (EKC) van een oppervlaktewaterlichaam gebaseerd op een brede set van hydromorfologische kenmerken (deelmaat). Grootschalige herkalibratiewerken uit het verleden resulteren in slechte scores voor profiel, bedding en alluviale processen. Lage waarden voor de breedte-diepteverhouding van het profiel en een geringe breedtevariatie wijzen op uniformiseringswerken, uitdiepingen en indijkingen ten behoeve van de scheepvaart en het verhogen van de afvoerende capaciteit. Om die reden werden veel meanderende waterlopen ook rechtgetrokken. Recent wordt via hermeanderingsprojecten een herstel nagestreefd. Onder meer voor de Dommel te Neerpelt en de Mark te Geraardsbergen werd het meanderend patroon van de waterloop hersteld.

De combinatie van rechttrekkingen en verstuwing van waterlopen zorgt voor een minder gunstige stromingsvariatie (deelscore stroming) en de daarmee gepaard gaande variatie in dieptes en ondieptes (stroomkuilenpatroon) en bodemsubstraat. Het leefgebied van veel typisch stroomminnende soorten wordt hierdoor aangetast. Bij de sanering van vismigratieknelpunten wordt bij voorkeur ook werk gemaakt van het herstel van de stromingsvariatie.

Oeververdediging (deelscore oever) belemmert niet enkel de natuurlijke meandering en andere oevervormende processen, maar verhindert ook de opbouw van een natuurlijke gradiënt van in water tot op de grond groeiende planten. Het ontbreken van water- of overhangende vegetatie heeft ook nadelige effecten op de visfauna die deze gebruiken om zich te verschuilen, hun eieren af te zetten of er schaduw te vinden. Door het wegnemen van overbodige harde oeverversterking en het aanwenden van natuurtechnische milieubouw bij nieuw aan te leggen oeververstevigingen, kan de natuurwaarde van de oevers verhogen en het landschappelijk-esthetisch aspect versterken.

In een groot aantal waterlopen is de natuurlijke dynamiek weggevallen of wordt een intensief onderhoud gevoerd. Hoewel dood hout, sedimentbanken en waterplanten (deelscore bedding) bijdragen aan de structuurkwaliteit van de waterloop, dienen deze in veel waterlopen regelmatig geruimd te worden omwille van het intensieve landgebruik in de vallei. Waar voldoende ruimte is voor de waterlopen kan een extensiever beheer toegepast worden met betere scores tot gevolg.

Het gehele waterlopennetwerk is sterk versnipperd. Door de aanwezigheid van barrières, zoals stuwen, watermolens, duikers, sifons of bodemvallen wordt de migratie van vissen en andere organismen belemmerd. Deze verschillende constructies zorgen immers vaak voor een verval, een te hoge stroomsnelheid of een te ondiepe waterlaag. Daarnaast bevat de deelscore longitudinale connectiviteit ook migratieknelpunten voor terrestrische soorten (oeveronderbrekingen, overwelvingen, …). Slechts een minderheid van de waterlopen is volledig vrij van migratieknelpunten. Op waterlopen 1° categorie werden de voorbije jaren 62 knelpunten opgelost. Het verder wegwerken van de resterende knelpunten, in samenhang met het ecologisch herstel van waterlopen en valleigebieden, wordt als prioritair beschouwd.

Door het terugschroeven van de natuurlijke overstromingsfrequentie van de vallei werd een intensiever landgebruik mogelijk (bewoning, industrie, landbouw). Dit beperkt de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de waterloop (deelscore alluviale processen) en de mogelijkheden tot natuurlijke waterberging. Het verbreken van de relatie waterloop-vallei bemoeilijkt de uitwisseling van soorten, sedimenten en stoffen tussen waterloop en haar alluviale vlakte (deelscore laterale connectiviteit).

Meetstrategie en methodiek

Download de meetstrategie en methodiek voor hydromorfologie

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid