Vlaanderen.be vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Kwaliteit waterlopen / Chemie / Nutriënten

Nutriënten

Nutriënten zoals nitraat en fosfaat zijn noodzakelijk voor het leven in het water, maar bij te hoge concentraties kunnen ze het ecosysteem ernstig ontwrichten.

Totaal fosfor

De gemiddelde concentratie aan totaal fosfor daalt van ca. 2 mg P/l in 1990 naar 0,54 mg P/l in 2015. In 2014 was de gemiddelde concentratie 0,63 mg P/l. De typespecifieke norm is voor de meeste waterlichamen 0,14 mg P/l. In 2015 bedraagt het procent meetplaatsen dat voldoet aan de norm 8,1%. Dit is het hoogste percentage sinds de start van de metingen.

Evolutie totaal fosfor in oppervlaktewater Vlaanderen.

Orthofosfaat

In 2015 is de gemiddelde concentratie 0,32 mg P/l. Het percentage van de meetplaatsen dat in 2015 voldoet aan de typespecifieke norm voor orthofosfaat bedraagt ca. 24%. Dit is het beste resultaat sedert het begin van de metingen.

Evolutie orthofosfaat in oppervlaktewater Vlaanderen.

Te veel fosfaat draagt bij tot de eutrofiëring of overbemesting van de waterlopen. Fosfaten zijn hoofdzakelijk afkomstig van afvalwaterlozingen en van uitspoeling en erosie van landbouwgronden. Dankzij de saneringsinspanningen van de overheid, landbouw en industrie is de gemiddelde concentratie van orthofosfaat (o-PO43-) in het oppervlaktewater het voorbije anderhalf decennium gedaald.

Totaal stikstof

De gemiddelde concentratie aan totaal stikstof daalt van 15 mg N/l in 1990 naar 5,1 mg N/l in 2015. Het percentage meetplaatsen dat voldoet, neemt toe van 3,0 % in 1990 tot 35,4 % in 2015. Dit is het beste resultaat sinds het begin van de metingen.

Evolutie totaal stikstof in oppervlaktewater Vlaanderen.

Nitraat

De gemiddelde concentratie van de nitraten in de Vlaamse waterlichamen bedraagt in 2015 3,2 mg N/l.  Dit is vergelijkbaar met het cijfer van 2014 (3,1 mg N/l). Het percentage meetplaatsen dat voldoet aan de norm bedraagt 76,5%. Vorig jaar voldeden 86 % van de meetplaatsen aan de norm.Evolutie nitraat in oppervlaktewater Vlaanderen.

Nitraten komen vooral via de landbouwgronden in de waterlopen terecht. De mate van uitspoeling is niet enkel afhankelijk van de bemestingspraktijken. Ook de weersomstandigheden, in het bijzonder de neerslag, beïnvloeden deze uitspoeling in sterke mate. Naast fosfaat speelt nitraat een belangrijke rol in de eutrofiëring van oppervlaktewater.

Hoe beïnvloeden nutriënten de waterkwaliteit?

Eutrofiëring betekent het overmatig aanwezig zijn van nutriënten zodat het plantaardig leven in een waterloop (bv. waterplanten en voornamelijk microscopische wieren) zich explosief kan ontwikkelen. Vooral stikstof- en fosforverbindingen spelen een belangrijke rol in dat proces. Fosfor is de meest sturende variabele voor de primaire productie in de meeste rivieren. De primaire productie is de productie van organische verbindingen (bv. zetmeel) op basis van kooldioxide, hoofdzakelijk door het proces van fotosynthese in de planten en algen.

Kwaliteitsvariabelen die rechtstreeks verband houden met eutrofiëring zijn:

  • stikstof vervat in organische verbindingen
  • ammoniakale stikstof
  • nitraatstikstof
  • totaal fosfor 
  • orthofosfaat

Nitriet is in dit verband vrijwel verwaarloosbaar en moet worden beschouwd als een gevaarlijke stof vanwege het toxisch effect. Indirect worden ook opgeloste zuurstof en zuurtegraad (pH) beïnvloed.

Een massale ‘wierbloei’ of ontwikkeling van eendenkroos heeft een negatief effect op de waterkwaliteit: de doorzichtigheid vermindert (jagende vissen zien hun prooi niet meer, ondergedoken waterplanten krijgen onvoldoende licht) en ’s nachts kunnen zuurstoftekorten optreden (terwijl er zich overdag oververzadiging kan voordoen). Bij het afsterven van de wierbiomassa zal de (bio)chemische zuurstofvraag van het water sterk stijgen, wat eveneens zuurstofloosheid kan veroorzaken. Door de intense opname van koolstofdioxide als gevolg van het fotosyntheseproces kan het bicarbonaatbuffersysteem in het water uit balans raken, waardoor een gevoelige stijging van de zuurtegraad kan optreden (tot pH >9). Bij een dergelijke hoge pH wordt een belangrijk deel van het vrij onschadelijke ammonium (NH4+) omgezet in het zeer toxische vrije ammoniak (NH3).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid