Vlaanderen.be vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Kwaliteit waterlopen / Chemie / MAP

MAP - Nutriënten in landbouwgebied

Nutriënten in waterlopen in landbouwgebied worden gemeten in het MAP-meetnet. Op dit moment zijn er ongeveer 760 meetplaatsen in het meetnet. Zowel nitraat als orthofosfaat worden gemeten.

Te veel nutriënten in het oppervlaktewater kunnen leiden tot overmatige algengroei wat de waterkwaliteit negatief beïnvloedt. Bovendien kunnen hoge nitraatconcentraties de drinkwaterproductie bemoeilijken. Om die problematiek aan te pakken is het belangrijk te weten waar de bronnen zitten. In het geval van nutriënten is een van deze bronnen de mestproductie en het mestgebruik op de Vlaamse landbouwgronden. Om een inschatting te kunnen maken van de impact van deze bron, zette de VMM het MAP-meetnet oppervlaktewater op. 

Lees het rapport Nutriënten in oppervlaktewater in landbouwgebied, resultaten MAP-meetnet 2015-2016 Hieronder bespreken we kort de recente meetresultaten voor nitraat en fosfaat.

Nitraat

MAP4 stelde tot doel het aantal meetpunten in Vlaanderen met overschrijdingen van de 50 mg/l-drempel terug te dringen tot 16% in 2014. MAP5  heeft als doel dat cijfer verder terug te dringen tot maximum 5% in 2018. De doelstelling voor 2014 werd vorig jaar echter niet behaald en de huidige, weliswaar dalende trend is niet sterk genoeg om de doelstelling voor 2018 te halen, zonder bijkomende maatregelen. Met MAP5 poogt het beleid daarom met een andere aanpak de doelstelling alsnog te halen.

Onderstaande figuur toont de situatie voor de laatste 6 winterjaren. Waar er in de eerste drie winterjaren ongeveer 25% meetpunten met overschrijding waren, is dat de laatste 3 winterjaren ongeveer 20%. Een verbetering dus, maar gelet op de doelstelling van 2018 nog ruim onvoldoende. Ook voor de andere groepen valt een stagnatie waar te nemen. Er is bijvoorbeeld geen toename in het % meetplaatsen met slechts 1 overschrijding. 

Deze figuur toont de procentuele verdeling van het aantal meetplaatsen zonder overschrijdingen  en met 1, 2 of meer dan 2 overschrijdingen overheen de winterjaren.

Onderstaande kaart geeft de MAP-meetpunten oppervlaktewater weer ingekleurd volgens het aantal overschrijdingen in winterjaar 2015-2016. Het aandeel meetpunten met meer dan 2 overschrijdingen is het grootst in de slechtste bekkens van de  IJzer, Leie en Maas. 

Toetsing nitraatconcentraties aan de drempelwaarde 50mg nitraat/liter uit het Mestdecreet

Uit een statistische trendanalyse per meetplaats over de periode 2003-2004 tot en met 2014-2015 blijkt dat de nitraatconcentratie op ca. 54% van de meetplaatsen geen significante trend vertoont. Het percentage meetpunten met een significant dalende trend (43%) is veel groter dan het percentage met een significant stijgende trend (3%). Dit wijst erop dat maatregelen uit het verleden een gunstig effect hebben op de gemeten concentraties. Maar nagaan waarom er een stijgende trend is bij 3% van de meetpunten lijkt essentieel om de doelstelling voor 2018 te behalen. 

Fosfaat

De milieukwaliteitsnorm voor orthofosfaat in oppervlaktewater is gespecifieerd per waterlooptype  en varieert van 0,07 tot 0,14 mg P/l. Het normenstelsel voorziet ook een indeling in kwaliteitsklassen waarbij de grens tussen goed en matig overeenkomt met de milieukwaliteitsnorm.

Het percentage meetplaatsen dat de milieukwaliteitsnorm in winterjaar 2015-2016 overschrijdt, bedraagt 77%. Hieruit blijkt dat het fosfaatprobleem groter is dan het nitraatprobleem, aangezien het voor nitraat ‘slechts’ 20% van de meetplaatsen is dat niet voldoet. Bovendien behoort 34% van de meetplaatsen tot de klasse ‘slecht’ wat impliceert dat de orthofosfaatnorm er in ruime mate overschreden wordt. 

Procentuele verdeling over de verschillende klassen voor ortho-fosfaat per winterjaar.

Sedert 2002-2003 vertonen de gemiddelde orthofosfaatconcentraties in het MAP-meetnet en het percentage meetplaatsen met normoverschrijding weinig variatie. Dat er geen sprake is van een verbetering van de orthofosfaatconcentraties in het MAP-meetnet wordt ook bevestigd door een statistische trendanalyse per meetplaats over de periode 2003-2004 tot en met 2015-2016:  op 70% van de meetplaatsen kon geen statistisch significante trend aangetoond worden, slechts 8% blijkt significant gedaald en 25% blijkt significant gestegen. De belangrijkste reden voor het gebrek aan een positieve evolutie is te vinden in het vroegere mestbeleid dat te weinig aandacht had voor fosfaat. 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid