Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Water / Kwaliteit waterlopen / Chemie / MAP

MAP - Nutriënten in landbouwgebied

Nutriënten in waterlopen in landbouwgebied worden gemeten in het MAP-meetnet. Op dit moment zijn er ongeveer 760 meetplaatsen in het meetnet. Zowel nitraat als orthofosfaat worden gemeten.

Te veel nutriënten in het oppervlaktewater kunnen leiden tot overmatige algengroei wat de waterkwaliteit negatief beïnvloedt. Bovendien kunnen hoge nitraatconcentraties de drinkwaterproductie bemoeilijken. Om die problematiek aan te pakken is het belangrijk te weten waar de bronnen zitten. In het geval van nutriënten is een van deze bronnen de mestproductie en het mestgebruik op de Vlaamse landbouwgronden. Om een inschatting te kunnen maken van de impact van deze bron, zette de VMM het MAP-meetnet oppervlaktewater op. 

Lees het rapport Nutriënten in oppervlaktewater in landbouwgebied, resultaten MAP-meetnet 2016-2017 Hieronder bespreken we kort de recente meetresultaten voor nitraat en fosfaat.

Nitraat

MAP4 stelde als doel het aandeel MAP-meetplaatsen met een overschrijding van de drempelwaarde (50 mg nitraat per liter) te doen dalen tot minder dan 16%. Deze doelstelling werd niet behaald. Het meetjaar 2013-2014 werd afgesloten met 20% ‘slechte’ meetpunten.

MAP5, het mestactieprogramma voor de periode 2015-2018, moet tegen 2018 het overschrijdingspercentage verder terugdringen tot maximaal 5% van de meetplaatsen.

In het winterjaar 2016-2017 werd er in 21% van de MAP-meetplaatsen minstens 1 keer een overschrijding van de drempelwaarde vastgesteld. Deze 21% is als een status quo te beschouwen ten opzichte van de winterjaren 2013-2014, 2014-2015 en 2015-2016.

Met een percentage meetplaatsen met overschrijding gelijk aan 21% behaalt Vlaanderen dus in 2017 de doelstelling van 2014 nog steeds niet.

 

Percentage MAP-meetpunten met minstens 1 overschrijding

De kaart toont waar de meetpunten met een overschrijding in het winterjaar 2016-2017 gelegen zijn. Om de vergelijking met het voorgaande winterjaar te kunnen maken, werden 2 extra kleuren, geel en oranje toegevoegd. Geel is voor de meetpunten met minstens één overschrijding in het winterjaar 2015-2016, maar geen overschrijding in het winterjaar 2016-2017. Bij oranje is het net omgekeerd: geen overschrijding in 2015-2016, maar minstens 1 in 2016-2017. Rood is voor de punten met in beide winterjaren minstens één overschrijding en groen voor de punten zonder overschrijding in beide winterjaren. 75,7% van de meetpunten uit het MAP-meetnet is na deze evaluatie groen gekleurd, 3,6% geel, 4,2% oranje en 16,4% rood. In 2016-2017 waren er dus 20,7% meetpunten (rode + oranje) die minstens 1 maal de drempelwaarde van 50 mg nitraat/liter overschreden. 

Toetsing nitraatconcentraties aan de drempelwaarde 50mg nitraat/liter uit het Mestdecreet

Uit een statistische trendanalyse per meetplaats over de periode 2003-2004 tot en met 2014-2015 blijkt dat de nitraatconcentratie op ca. 54% van de meetplaatsen geen significante trend vertoont. Het percentage meetpunten met een significant dalende trend (43%) is veel groter dan het percentage met een significant stijgende trend (3%). Dit wijst erop dat maatregelen uit het verleden een gunstig effect hebben op de gemeten concentraties. Maar nagaan waarom er een stijgende trend is bij 3% van de meetpunten lijkt essentieel om de doelstelling voor 2018 te behalen. 

Fosfaat

De milieukwaliteitsnorm voor orthofosfaat in oppervlaktewater is gespecifieerd per waterlooptype  en varieert van 0,07 tot 0,14 mg P/l. Het normenstelsel voorziet ook een indeling in kwaliteitsklassen waarbij de grens tussen goed en matig overeenkomt met de milieukwaliteitsnorm.

Voor de meeste MAP-meetpunten (97 %) geldt de norm van 0,10 mg orthofosfaat-fosfor/liter (kleine beek).

De figuur geeft de klasseverdeling voor de laatste 7 winterjaren weer. Hieruit valt geen duidelijke trend waar te nemen, het is eerder een schommelend patroon. Voor 2016-2017 ligt het percentage meetplaatsen dat de norm overschrijdt op 67%, wat iets beter lijkt dan de 3 voorgaande jaren. Uit de figuur kan geconcludeerd worden dat het fosfaatprobleem veel wijder verspreid is dan het nitraatprobleem. 

Procentuele verdeling over de verschillende klassen voor ortho-fosfaat per winterjaar.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid