Vlaanderen.be www.vmm.be

Methaan

De landbouw is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de methaanemissie in Vlaanderen.

Ten opzichte van 2000 merken we een dalende lijn, al stagneert deze de laatste jaren. Deze trend volgt hoofdzakelijk de evolutie van de dierenaantallen. Toch is het belang van de sector in de totale methaanemissie in Vlaanderen sinds 2000 procentueel aanzienlijk toegenomen. Als broeikasgas speelt de methaanemissie in de land- en tuinbouw een belangrijke rol in het broeikasgasverhaal.

Een volledige bespreking van de emissies van de land- en tuinbouw vind je in het rapport Lozingen in de lucht.

Methaanemissie door de veeteelt

Methaanemissie van de veeteelt komt voort uit:

  • verteringsprocessen (ongeveer 70%);
  • mestopslag (ongeveer 30%).

Runderen palmen het gros van de methaanemissie uit verteringsprocessen in. Hun spijsverteringssysteem en verteerbaarheid van het veevoeder dragen daartoe bij.

Varkens zijn dan weer een niet te verwaarlozen bron omwille van hun hoge aantal. Voor methaanemissie uit mestopslag zijn varkens bij uitstek de grootste bron. Andere diersoorten als paarden, pluimvee, schapen hebben tot beide bronnen eerder een heel beperkte bijdrage.

De methaanemissie daalt door de jaren heen slechts met zo'n 3%. 

Evolutie van de CH4-emissie (kton) door de veeteelt in Vlaanderen

Methaanemissie door de natuur en landbouwgronden

De bijdrage van de natuur en landbouwgronden in de methaanemissie is veel beperkter dan deze van de veeteelt. Rivieren, kanalen (zoetwateroppervlakten) en vochtige bodems dragen het meeste bij tot de methaanemissie afkomstig van de natuur. Hoe slechter de bodem gedraineerd wordt, hoe meer methaan gevormd wordt. Bosbodems, akkerland- en graslandbodems nemen anderzijds methaan op in plaats van die uit te stoten. We noemen die dan ook ‘sinks’ of letterlijk vertaald 'putten'.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid