Vlaanderen.be www.vmm.be

Lachgas

De land- en tuinbouw is vandaag goed voor meer dan de helft van de totale lachgasemissie in Vlaanderen. Toch lonen de inspanningen van de sector om de emissie te verminderen.

De emissie daalt ten opzichte van 2000 aanzienlijk met 20%. Als broeikasgas speelt de lachgasemissie in de land- en tuinbouw een belangrijke rol in het broeikasgasverhaal.

Een volledige bespreking van de emissies van de land- en tuinbouw vind je in het rapport Lozingen in de lucht.

Lachgasemissie door de veeteelt en landbouwgronden

Een verhoogde stikstof input in de landbouwgronden resulteert in het algemeen in een groter risico tot lachgasemissie. Meer stikstof in de grond brengen, gebeurt tijdens het bemesten. Zowel dierlijke mest als kunstmest worden hier in beschouwing genomen.

Ook vee laten grazen op de weide zorgt voor een verhoogde N-input in de bodem. Op hun beurt geven ook de opslag van de dierlijke mest en N-verliezen van landbouwbodems aanleiding tot lachgasemissie.

We onderscheiden vier grote bronnen binnen de veeteelt en landbouwgronden:

  • directe emissie: emissies ten gevolge van toedienen van mest, mestproductie van grazende dieren, gewasresten die na de oogst achterblijven op het land;
  • indirecte emissie: N-verliezen van landbouwbodems;
  • directe emissie ten gevolge van mestopslag;
  • indirecte emissie ten gevolge van mestopslag.

In het mestbeleid ligt de focus op een optimale bemesting en mestverwerking. Dit om het probleem van het mestoverschot en daaruit voortvloeiend het overvloedig toedienen op het land te beperken. Deze inspanningen resulteren in een dalende lachgasemissie.

Het aandeel van de directe emissie tot de totale lachgasemissie door de land-en tuinbouw blijft nagenoeg constant (ongeveer 80%). De indirecte emissie neemt de rest voor haar rekening.

Evolutie van de N2O emissie (ton) opgesplitst naar emissieoorsprong in Vlaanderen

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid