Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Klimaat / Broeikasgasemissies per activiteit

Broeikasgasemissies per activiteit (1990-2019)

  • Energiegebruik zorgt voor het grootste deel van de broeikasgasuitstoot in Vlaanderen: 73 % in 2019.
  • Andere belangrijke bronnen zijn procesemissies door de chemische industrie (11 %) en niet-energetische emissies door veeteelt (5 %) en bij ijzer- en staalproductie (5 %).
  • De totale uitstoot daalde met 15,5 % sinds 2005.
Laatst bijgewerkt: september 2021
Actualisatie: Jaarlijks

toestandToestand

De broeikasgasuitstoot kan worden opgesplitst in twee grote delen: enerzijds de energetische uitstoot die een direct gevolg is van energiegebruik en de verbranding van fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie, aardgas en hun afgeleide producten), en anderzijds gassen die vrijkomen bij andere activiteiten zoals chemische (industriële) processen en de veeteelt.

Energiegebruik blijft de broeikasgasuitstoot domineren (73 % in 2019), en is afkomstig van:

  • productie, transformatie, transport en distributie van energiebronnen voor eindgebruikers (23 %): dit betreft vooral de raffinage van petroleum naar benzine, diesel, stookolie e.a. (8 %) en het opwekken van elektriciteit en warmte (15 %). Dit laatste aandeel blijft hoog ondanks een belangrijk aandeel kernenergie voor elektriciteitsopwekking en het toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen;
  • transportdoeleinden (21 %): vooral auto’s en vrachtwagens (20 %), maar ook wat binnenlandse scheep- & luchtvaart en dieseltreinen;
  • gebouwenverwarming (19 %): woningen, kantoren e.a;
  • industriële energetische processen (10 %): hier staan de chemie (3 %) en de voedingsindustrie (2 %) samen in voor de helft van de uitstoot.

De niet-energetische uitstoot (27 % in 2019) komt vooral uit:

  • chemische processen (11 %): deze uitstoot bestaat inmiddels hoofdzakelijk uit broeikasgassen die vrijkomen bij diverse chemische reacties, vnl. CO2 (74% van deze fractie in 2019) maar daarnaast ook F-gassen (17 %) en N2O (9 %).
  • veeteelt (5 %): uitstoot van vooral methaan (CH4) en lachgas (N2O) afkomstig van spijsvertering en mestopslag, en ook indirecte emissies (bv. uit weilanden);
  • De overige niet-energetische emissies bestaan voor de helft uit proces-gebonden CO2-emissies bij de ijzer- en staalproductie (5 %).

evolutieEvolutie

2005 wordt gezien als de start van het internationaal en Europees klimaatbeleid en is hierdoor een belangrijk referentiejaar.

Energie-gerelateerde uitstoot daalde met 17 % sinds 2005

  • Uitstoot door energiegebruik kende een piek in 2003, daalde daarna om sinds 2016 te stabiliseren op 55 Mton CO2-eq.
  • Er is een duidelijke afname sinds 2005 bij de huishoudens en energiesector, maar sinds 2014 blijft die uitstoot stabiel.
  • De uitstoot van transport nam eerst nog enkele jaren toe, maar blijft sinds 2010 vrij stabiel rond het niveau van 2005. De toenemende vraag voor personen- en goederentransport zorgt ervoor dat de verbeterde energie-efficiëntie van voertuigen, het gebruik van biobrandstoffen en de opname van lage-koolstof alternatieven (bijv. voertuigen op elektriciteit of aardgas) nog niet volstaan om de uitstoot van transport terug te dringen.

Procesemissies chemie kennen een golvend verloop, met daling 15 % sinds 2005

  • De Vlaamse overheid heeft afspraken gemaakt met de producenten van salpeterzuur en caprolactam om de uitstoot van N2O terug te dringen zonder verlies van productiecapaciteit (o.a. door katalysatoren in te bouwen in de productie-installaties). Dit resulteerde in belangrijke emissiereducties, eerst vooral bij de salpeterzuurproductie (- 90 % tussen 2005 en 2019) en recent ook bij de caprolactamproductie (- 33 % tussen 2012 en 2019).
  • Een omgekeerde evolutie is te zien bij de productie van koelmiddelen voor commerciële en industriële koelinstallaties en voor airconditioning in gebouwen en voertuigen. Bij dat productieproces is de vrijgave van vooral HFK’s quasi verdubbeld na 2005. 
  • Het gros van de chemische procesemissies betreft nog altijd CO2 dat ontstaat uit chemische reacties. Deze vertonen nauwelijks variatie sinds 2005.

Uitstoot gerelateerd aan veeteelt stijgt met 3 % sinds 2005

  • Er was een sterke daling tussen 1990 en 2005 (-20 %). In 2008 bereikten de emissies van veeteelt hun laagste niveau, waarna een eerder stijgend verloop werd ingezet.
  • De omvang van de veestapel blijft bepalend voor de emissiebijdrage uit de veeteelt. Sinds 2009 stijgt die veestapel (en de bijhorende broeikasgasuitstoot) terug door de uitbreidingsmogelijkheden geboden in het mestbeleid: mits onder meer mestverwerking kan een bedrijf zijn veestapel uitbreiden. Dat leidde tot een aangroei van de pluimveestapel (+50 % sinds 2009), aangezien pluimveemest het meest eenvoudig te verwerken is. De rundveestapel en de varkensstapel blijven de laatste jaren quasi stabiel.

Uitstoot uit afvalverwerking daalde met 31 % sinds 2005

  • Het afvalbeleid in Vlaanderen dringt met steeds verder aangescherpte doelstellingen de hoeveelheden gestort en ander afval terug.
  • Daardoor blijft de dalende trend voor de uitstoot van CO2 en CH4 uit afvalverwerking (zonder energierecuperatie) al sinds 2000 jaar na jaar aanhouden. Vooral de invoering van een stortverbod en de nuttige aanwending (energieproductie) van CH4-emissies uit de bestaande afvalstorten deden de methaanuitstoot van afvalstorten sterk terugvallen.
  • Ook bij afvalwaterbehandeling zorgt de opvang van vrijgekomen methaan samen met de aanwending ervan voor stroom- en/of warmteproductie voor een aanhoudende uitstootdaling.
  • Aandachtspunt voor de komende jaren zijn wel de gefluoreerde broeikasgassen die vrijkomen bij de verwerking van oude koel- en airco-installaties. Die emissies zijn op 10 jaar tijd met een factor 3 toegenomen.

Schommelende proces-gebonden uitstoot ijzer- en staalproductie

  • De proces-gebonden CO2-emissies bij de ijzer- en staalproductie schommelen jaarlijks tussen de 3,2 en 5,2 Mton CO2 (de laatste jaren rond 4 Mton).

IcoonGevolgen

De klimaatverandering die we wereldwijd sinds 1850 waarnemen, is onmiskenbaar mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer.

aanpakHoe pakken we dit aan?

De maatregelen waarmee Vlaanderen de emissies van de niet-ETS fractie** wil terugdringen tegen 2020, 2030 en 2050 worden respectievelijk beschreven in:

Het beleid ter reductie van de ETS-fractie* wordt volledig op Europees niveau uitgestippeld.

* ETS-emissies: emissies die onder het Europees emissiehandelssysteem (ETS) vallen. Het betreft het gros van de emissiebronnen uit de sectoren energie en industrie. Hiervoor gelden enkel doelstellingen op het geheel van de EU.

** Niet-ETS-emissies: alle emissies die niet onder het ETS vallen. Het betreft vooral emissies afkomstig van transport, huishoudens, handel & diensten en landbouw. Enkel voor deze fractie werden de EU-wijde doelstellingen verder verdeeld over de lidstaten, en binnen België ook verder over de drie gewesten.

InfoMeer informatie

vmm.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.