Vlaanderen.be www.vmm.be
Je bent hier: Home / Meetresultaten / Zware metalen / Methodiek zware metalen

Methodiek zware metalen

De bepaling van zware metalen is een semi-automatisch proces.

In een eerste stap gebeurt de bemonstering van de omgevingslucht. De monsternemer brengt vervolgens het monster naar het labo. Ten slotte voert de analist in het labo de analyse van zware metalen op het monster uit.

Zware metalen in fijn stof (PM10)

Zware metalen - Leckel bemonsteringstoestel

Een Leckel SEQ 47/50 bemonsteringstoestel bemonstert de zware metalen in fijn stof op dagbasis. De VMM maakt hiervoor gebruik van kwartsfilters. Het filterwisselingsysteem kan tot 17 filters bevatten, waardoor het toestel gemakkelijk twee weken onafgebroken kan werken. De bemonstering gebeurt op 1m 58 boven de grond. Er wordt 55,2 m³ lucht per dag bemonsterd. De automatische wisselaar schakelt om de 24 uur over naar de volgende filter. Dat gebeurt steeds om 0:00u UT.

 

Het labo analyseert de filters met XRF (X-stralen fluorescentie). De VMM maakt voor achtergrondgebieden gebruik van ICP-MS.

Afhankelijk van de locatie meten we volgende parameters:

arseen
cadmium
chroom
koper
mangaan
nikkel
lood
antimoon
zink 

Zware metalen in depositie (neervallend stof)

We maken een onderscheid tussen totale en natte depositie. Als er enkel bemonsterd wordt tijdens de perioden met neerslag, spreken we van natte depositie. Als er ook tijdens de droge periodes wordt bemonsterd, spreekt men van totale depositie. De bemonstering en analyse gebeurt sinds januari 2015 volgens EN15841.

Zware metalen depositiekruik

 

Voor totale depositie vangt men gedurende 28 dagen het stof op in een neerslagkruik voorzien van een trechter. De kruik staat op een statief, de bovenrand van de kruik staat op 1,8 tot 2 m boven de grond.

 

Meetopstelling voor bemonstering natte depositieDe bemonstering van de natte depositie gebeurt met wet-only depositievangers. Deze toestellen openen enkel tijdens perioden met neerslag. De neerslag komt terecht in een trechter en loopt naar een fles van 5 liter. Het toestel kan 2 weken zelfstandig werken. De flessen bevinden zich in het toestel in het donker en worden gekoeld bij 4 °C, dit om omzettingen door licht of biologische processen in het monster tegen te gaan.

Bij aankomst in het labo weegt de laborant de monsters en wordt er salpeterzuur (HNO3) toegevoegd. Na filtratie analyseert het labo de monsters met ICP-MS (inductively coupled plasma mass spectrometer).Met deze techniek is het mogelijk om metalen en sommige niet-metalen met een grote gevoeligheid te bepalen.

De te analyseren parameters zijn locatie afhankelijk. De VMM kan volgende elementen bepalen:

arseen
cadmium
chroom
koper
mangaan
nikkel
lood
ijzer
zink

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid