Vindplaatsen
Introductie door mens
De soorten komen altijd in waterlopen terecht na introductie door de mens. Veelal worden de soorten vanuit tuinvijvers en/of aquaria in de waterloop gebracht. In plantencentra worden de kleine plantjes gekocht. Na enige tijd beginnen ze te woekeren in tuinvijvers waarna ze verwijderd worden en in de waterloop gedumpt worden.
Voedselrijk water - warmte
De invasieve exoten komen voornamelijk voor in voedselrijk water. De soorten komen uit warmere landen. Gevolg is dat ze koude winters slecht verdragen en ook minder vlug tot bloei komen. De verspreiding gebeurt dan ook voornamelijk, of alleen, vegetatief. Meestal volstaat een stukje stengel met één knop om een nieuwe groeikern te creëren. Stromend water maar ook overstromingen (bijvoorbeeld vanuit stilstaande wateren naar waterlopen) vormen een ideaal transportmiddel.
Sinds midden jaren '90
De meeste soorten werden pas sinds midden de jaren '90 waargenomen in natuurlijke watersystemen in Vlaanderen. Voordien waren er maar enkele vindplaatsen. Toch worden op een aantal locaties al massale populaties waargenomen.
Broeihaarden in 2007
- provincie Antwerpen: +/- 230 broeihaarden waarvan 100 op waterlopen
- Oost-Vlaanderen: +/- 100 waterlopen waarvan verschillende met zeer veel lokale broeihaarden.
- West-Vlaanderen en Limburg: slechts een 15-tal broeihaarden
- Vlaams-Brabant voorlopig slechts 1.

