Meetnet overstorten
Overstorten zorgen voor een blijvende vervuiling van oppervlaktewater, ook daar waar rioolwaterzuiveringsinstallaties operationeel zijn. Het meetnet overstorten wil de frequentie en de impact van de overstorten op het oppervlaktewater meten.
In Vlaanderen is vele jaren zwaar geïnvesteerd in aanleg van rioleringen, collectoren en rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) met aansluiting van de gezinnen en deels van de bedrijven. Momenteel is het overgrote deel van deze rioolstelsels een gemengd stelsel: zowel afvoer van afvalwater als regenwater.
Door de verdunning via de vermenging van afvalwater en regenwater daalt het rendement van het RWZI; vandaar het streefdoel om in de toekomst te werken aan gescheiden stelsels. Een tweede probleem is dat bij regenweer niet al het vermengde water naar het RWZI afgevoerd kan worden, noch tijdelijk geborgen in het rioolstelsel. Noodgedwongen dient men hierdoor dit onbehandelde water te overstorten op het ontvangende oppervlaktewater.
Aangezien op termijn de nodige waterzuiveringsinstallaties operationeel zullen zijn, zullen deze overstorten een van de overblijvende oorzaken van vervuiling van het oppervlaktewater blijven. Naast aanpakken van diffuse vervuiling en restvervuiling van RWZI's kan een duurzame verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater pas bekomen worden als de impact van de overstorten gereduceerd kan worden.
Er blijkt uit metingen dat ondanks de stijging van het aantal aangeslotenen op riolering uitmondend in een RWZI, de gezuiverde vuilvracht niet in dezelfde verhouding stijgt als verwacht.
Onderzoek in een aantal RWZI's toonde aan tot bij hevige regenval tot 35% van de vuilvracht via overstorten verloren ging (Bron : Website NV Aquafin). Een link met overstorten is één van de logische denkpistes, verliezen in het grondwater door een lekkend rioolstelsel is een andere mogelijkheid.
Om de meest efficiënte en economische oplossing te ontwerpen, is er nood aan bijkomende informatie, zowel naar het overstortgebeuren zelf, als naar de kwaliteit van het gestorte water:
- frequentie van de overstorten
- duur van het overstorten
- hoeveelheid geloosd water tijdens de overstort
- kwaliteit van het geloosde water van de overstort
Een combinatie van deze parameters, zo mogelijk gekoppeld aan andere meetgegevens i.v.m. waterkwaliteit, dient een juist beeld weer te geven, naar pijnpunten toe. Immers een frequente, maar kortstondige en beperkt vervuilde overstort heeft een andere impact dan een minder frequente , maar langdurige en zwaar vervuilde overstort. Psychologisch is een overstort in oppervlaktewater van goede kwaliteit erger dan bij een oppervlaktewater van matige kwaliteit.
Gezien het accidenteel en moeilijk te voorspellen karakter van de overstorten, is er nood aan langdurige en continue meting. Voor het recupereren van de data is draadloze transmissie het meest economisch. Dit betekent eveneens dat er een autonomie nodig is qua stroomvoorziening.
Dit resulteert in het automatisch meetnet riooloverstorten.
| |
Meetstation: | Meetstation: |
173 stations, in 2005 tot 242 en in 2006 staat de verdere uitgroei naar 266 op de planning en voor 2007 is het beoogde aantal 292.
Eerste conclusies:
Uit de eerste meetjaren blijken de overstorten gemiddeld gecumuleerd 3 à 4% van het jaar te werken, wat overeenkomt met een 10 à 14 dagen continue overlopen van (verdund) afvalwater in onze waterlopen.
Er zijn enkele meetlocaties waar zelden of nooit een overstort plaats vindt, anderen werken zo frequent dat de minste regenbui (of soms zelfs zonder regenwater) aanleiding heeft tot deze vervuiling van onze waterlopen.
|
Overstort in werking |

