Vertegenwoordiging van België in Internationale organisaties
30 juni 1994 - Kaderakkoord tot samenwerking tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten over de vertegenwoordiging van het Koninklijk België bij de internationale organisaties waarvan de werkzaamheden betrekking hebben op de gemengde bevoegdheden - Belgisch Staatsblad 19 november 1994.
Gelet op de artikelen 1, 2, 3, 33, 34, 35, 39 en 167, alsmede op Hoofdstuk IV, Afdelingen I en II van de Grondwet ;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988, de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, de bijzondere wet van 5 mei 1993 betreffende de Internationale Betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten en de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, inzonderheid de artikelen 4, 5, 6, 6bis en 92bis, ¤1 en ¤4 bis;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 5 mei 1993 betreffende de Internationale Betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten en de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, inzonderheid de artikelen 4, 42, 60 en 63 ;
Gelet op artikel 31bis van de wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen en gewijzigd door de wet van 5 mei 1993 betreffende de Internationale Betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten ;
Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd door de wet van 18 juli 1990 en de wet van 5 mei 1993 betreffende de Internationale Betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten, inzonderheid de artikelen 4, 6, 55bis.
Overwegende dat er in de interne rechtsorde regels dienen bepaald die een adequate vertegenwoordiging van het Koninkrijk België en van zijn deelgebieden bij de Internationale Organisaties mogelijk maken, en die hun deelname aan de werkzaamheden van voornoemde Internationale Organisaties organiseren ;
De Federale Regering,
De Waalse Regering,
De Vlaamse
Regering,
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
De
Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, en
De Regering
van de Franse Gemeenschap,
zijn overeengekomen wat volgt :
I. TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1. 1. Onderhavig kaderakkoord tot samenwerking is van toepassing op de Internationale Organisaties, waarvan de werkzaamheden betrekking hebben op de zogenaamde gemengde bevoegdheden en waarvan de lijst als bijlage gaat.
2. De algemene regels van onderhavig samenwerkingsakkoord zijn van toepassing op sommige Internationale Organisaties waarvan de werkzaamheden betrekking hebben op exclusieve bevoegdheden van de Gemeenschappen of de Gewesten, voor zover afzonderlijke samenwerkingsakkoorden er als dusdanig over beschikken.
3. Onderhavig kaderakkoord tot samenwerking belet niet dat specifieke samenwerkings-akkoorden of toepassingsprotocols worden afgesloten en toegepast indien de eigenheid van sommige Internationale Organisaties een meer gedetailleerde uitwerking vereist van de in onderhavig kaderakkoord opgestelde algemene regeling.
4. Onderhavig kaderakkoord tot samenwerking heeft niet tot doel regelen vast te stellen betreffende de verplichte bijdragen aan de Internationale Organisaties zoals bedoeld in ¤1.
II. VERSPREIDING VAN DE INFORMATIE
Art. 2. De federale Overheid die de vertegenwoordiging van België bij een Internationale Organisatie verzekert, of zo mogelijk de Permanente Vertegenwoordiging, zorgt, in samenwerking met de andere federale, gemeenschaps- of gewestoverheden, voor de organisatie van een snelle en ruime verspreiding van de informatie onder alle betrokkenen. Deze informatie bevat, naast de uitnodiging op de vergaderingen met aanduiding van de datum, de dagorde en de desbetreffende documentatie, ook de basisdocumenten over de algemene activiteiten van de Internationale Organisatie, over de uitvoering van de projecten of programma's of over andere diverse initiatieven die voor betrokkenen van belang zijn, onverminderd de in de Internationale Organisaties geldende eigen regels inzake de bescherming van de documenten.
Art. 3. De betrokken instanties van de Gemeenschappen en/of de Gewesten zullen aan voornoemde federale Overheden te gepasten tijde hun bijzondere belangstelling kenbaar maken voor sommige aktiviteiten of voor sommige programma's in het algemeen van de betrokken Internationale Organisatie ; alsook in het bijzonder, hun voornemen tot deelname aan specifieke vergaderingen. Zij zullen eveneens de naam van hun respectieve vertegen-woordigers, die naar die vergaderingen worden afgevaardigd, en hun voorstellen van standpunt of hun initiatieven in het algemeen, meedelen.
III. STRUCTUUR VAN DE PERMANENTE VERTEGENWOORDIGINGEN
Art. 4. De Gemeenschappen en/of de Gewesten die dit wensen, kunnen in de schoot van de Permanente Vertegenwoordiging van België bij een Internationale Organisatie, een vertegenwoordiger doen opnemen, overeenkomstig de geldende afspraken met de federale Minister van Buitenlandse Zaken betreffende het statuut van de vertegenwoordigers van de Gemeenschappen en Gewesten in Belgische diplomatieke posten in het buitenland.
Deze vertegenwoordiger ontvangt zijn instructies van zijn communautaire of gewestelijke Overheden. Hij brengt de Permanente Vertegenwoordiger hiervan op de hoogte. Wat betreft de materies voorgelegd aan het in de artikelen 5, 6 en 7 voorziene overleg, kunnen enkel de in dit overleg vastgelegde standpunten in de Internationale Organisatie naar voor worden gebracht.
IV. INRICHTING VAN EEN BESTENDIGE OVERLEGSTRUCTUUR
Art. 5. 1. Met het oog op het bepalen van het Belgische standpunt, zowel in het algemeen als voor elk punt van de dagorde, wordt vóór iedere ministeriële bijeenkomst van een Internationale Organisatie een algemeen overleg gehouden door toedoen van het federale Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat het voorzitterschap en het secretariaat van de bijeenkomsten waarneemt. Een dergelijk overleg kan indien nodig eveneens worden gehouden ter voorbereiding van een technische vergadering.
2. Dit algemeen overleg heeft plaats op een systematische en horizontaal gestructureerde wijze.
Te dien einde worden op alle overlegvergaderingen vertegenwoordigers uitgenodigd van de Eerste Minister, van de andere federale Ministers en van de Gemeenschaps- en Gewestministers, die zowel op inhoudelijk vlak als op het gebied van de buitenlandse betrekkingen bevoegd zijn.
3. Van iedere overlegvergadering wordt een verslag opgesteld dat
o.m. de namen van de deelnemers vermeldt.
Het wordt ambtshalve
aan de deelnemers, alsook aan de Voorzitter en de leden van de
Interministeriële Conferentie "Buitenlands Beleid "
overgemaakt.
Art. 6. Sectoriële of ad hoc overlegvergaderingen worden gehouden zonder afbreuk te doen aan het in artikel 5 voorziene algemene overleg, dat hierover moet worden ingelicht.
Zij moeten het voormeld algemeen overleg vatten ingeval zich ofwel blokkeringen zouden voordoen die een verruiming van het debat vereisen, ofwel problemen zouden oprijzen waarin elementen zijn vervat die hetzij een ruimere dimensie hetzij een dimensie van politieke aard inhouden.
Art. 7. 1. In de schoot van de Interministeriële Conferentie "Buitenlands Beleid" wordt een ad hoc werkgroep "Vertegenwoordiging van het Koninkrijk België bij de Internationale Organisaties" opgericht, die voor de opvolging van hoger genoemde algemene coördinatie zorgt en die op regelmatige tijdstippen samenkomt.
2. In geval van aanhoudend meningsverschil binnen het algemene overleg dat in de schoot van het federale Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt georganiseerd, wordt de hoger genoemde werkgroep gevat. Deze debatteert over het probleem en zendt het, in geval van akkoord, terug naar het algemene overleg.
3. In geval van aanhoudende blokkering maakt de Voorzitter van de ad hoc werkgroep "Vertegenwoordiging van het Koninkrijk België bij de Internationale Organisaties" de zaak zo vlug mogelijk aanhangig bij de Voorzitter van de Interministeriële Conferentie "Buitenlands Beleid", die dit punt inschrijft op de dagorde van de eerstvolgende Inter-ministeriële Conferentie of van een ad hoc vergadering.
Art. 8. Zodra binnen het algemene overleg georganiseerd in de schoot van het federale Ministerie van Buitenlandse Zaken of eventueel, krachtens artikel 7, in het raam van de Interministeriële Conferentie "Buitenlands Beleid", een Belgisch standpunt wordt vastgelegd, zendt de federale Minister van Buitenlandse Zaken in die zin opgestelde richtlijnen naar de Permanente Vertegenwoordiging bij de betrokken Internationale Organisatie, en stuurt afschriften ervan naar de betrokken federale, Gemeenschaps- of Gewestministers en naar de betrokken federale, Communautaire of Gewestelijke Departementen.
Art. 9. 1. Indien tijdens een zitting het Belgische standpunt, dat overeenkomstig de procedures van onderhavig Akkoord werd bepaald, hoogdringend moet worden aangepast ten einde volwaardig te kunnen deelnemen aan de besluitvorming, neemt de Voorzitter van de Belgische delegatie hiertoe de nodige contacten met de betrokken Belgische partijen, en bepaalt een nieuw standpunt.
2. Bij gebrek aan tijd of bij ontstentenis van akkoord om dit nieuwe standpunt te bepalen, treedt de Voorzitter van de Belgische delegatie "ad referendum" het standpunt bij dat het best de algemene belangen behartigt. Zodra mogelijk zal, na interne regeling van het probleem en binnen de termijnen en de modaliteiten eigen aan iedere Internationale Organisatie, het definitieve Belgische standpunt worden betekend.
3. Indien, als gevolg van de in de betrokken Internationale Organisatie geldende regels, of van aanhoudend meningsverschil na overleg, deze procedure niet mogelijk is, kan de Voorzitter van de Belgische delegatie zich uitzonderlijkerwijze onthouden.
V. SAMENSTELLING VAN DE DELEGATIES
Art. 10. Het algemene overleg heeft eveneens betrekking op het bepalen van de samenstelling van de Belgische delegatie. Volgend op de in artikel 3 voorziene notificatie, zal de samenstelling van de Belgische delegatie gebeuren op basis van volgende principes :
- elke overheid betrokken bij de behandelende materies kan vertegenwoordigd worden in de Belgische delegatie, zowel op technisch als op het ministerieel vlak ;
- voor wat de technische vergaderingen betreft, wordt de Belgische delegatie voorgezeten door de Permanente Vertegenwoordiger of, door de persoon bij consensus aangeduid na voorafgaand overleg, in functie van de overheid die er hoofdzakelijk bij betrokken is ;
- de regelmatige ministeriële vergaderingen worden, in functie van de overheid die er hoofdzakelijk bij betrokken is, voorgezeten namens België door hetzij de bevoegde federale Minister, hetzij de Minister van een Gemeenschap of Gewest, indien mogelijk in toepassing van een rotatiesysteem dat vooraf in gemeen overleg tussen de betrokken Gemeenschappen en/of Gewesten werd overeengekomen ;
- de ad hoc ministeriële bijeenkomsten worden in functie van de overheid die er hoofdzakelijk bij betrokken is, namens België voorgezeten door de Minister bij consensus aangeduid in de schoot van het voorafgaandelijk overleg ;
- in geval van stemming wordt de stem uitgebracht door het hoofd van de delegatie, rekening houdend met de besluiten van het voorafgaandelijk overleg, of in overeenstemming met de procedures bepaald in artikel 9.
VI. SLOTBEPALINGEN
Art. 11. Onderhavig kaderakkoord tot samenwerking wordt voor onbepaalde duur afgesloten.
Art. 12. De bepalingen in onderhavig kaderakkoord tot samenwerking op verzoek van iedere ondertekenende partij worden herzien.
Een verzoek tot herziening wordt binnen de drie maanden onderzocht in de Interministeriële Conferentie "Buitenlands Beleid".
Gedaan te Brussel, op 30 juni 1994, in één origineel, in de Nederlandse, Franse en Duitse taal.

