Vlarem-milieuwetgeving: algemeen
Om de belasting op het milieu zo klein mogelijk te houden, gebruikt de overheid milieuvergunningen. Hiervoor baseert ze zich op enkele juridische pijlers: Vlarem I en Vlarem II. Waarop baseren de milieuvergunningen zich? Wie levert ze af? Welke adviesorganen worden ingeschakeld?
Basis en uitvoeringsbesluiten
De juridische pijlers waarop de overheid de milieuvergunningen baseert, zijn:
- het decreet inzake de milieuvergunning van 28 juni 1985;
- de uitvoeringsbesluiten die door de Vlaamse Regering werden vastgesteld.
Vlarem I en Vlarem II
- Vlarem I dateert van 6 februari 1991. Het behandelt vooral de procedurekant van de vergunningen.
- Vlarem II dateert van 1 juni 1995. Het beschrijft de voorwaarden en modaliteiten om te lozen, én de kwaliteitsdoelstellingen en beleidstaken van de overheid.
Wie levert uw vergunning af?
Dat hangt af van de klasse waarin uw onderneming zich bevindt:
- Klasse 1: hinderlijk voor het milieu. De Bestendige Deputatie.
- Klasse 2: minder hinderlijk. Het College van Burgemeester en Schepenen.
- Klasse 3: weinig hinderlijk. Het College van Burgemeester en Schepenen.
Gaat u niet akkoord?
Dan kunt u altijd in beroep gaan op een hoger niveau.
- Klasse 1: u gaat in beroep bij de Vlaamse minister voor Leefmilieu.
- Klasse 2 en 3: u gaat in beroep bij de Bestendige deputatie.
VMM als adviseur
Advies aan provinciale en gewestelijke adviesorganen
VMM zetelt in de volgende adviesorganen:
- Provinciale Milieuvergunningscommissies, die de Bestendige Deputatie adviseren.
- Gewestelijke Milieuvergunningscommissie, die de Vlaamse minister voor Leefmilieu adviseert.
In beide gevallen heeft VMM stemrecht. Ze zetelt hier samen met experts en afgevaardigden van andere overheidsadministraties zoals OVAM, VLM, AHROM, Gezondheidszorg, ANRE.Advies aan gemeenten
Daarnaast geeft VMM rechtstreeks advies aan de Colleges van Burgemeester en Schepenen voor vergunningsaanvragen van Klasse 2-inrichtingen.Advies aan inrichtingen
VMM geeft ook advies aan inrichtingen die afvalwater en/of koelwater lozen en/of een emissiejaarverslag moeten indienen. Die taak werd toegekend in Vlarem I en is uiterst belangrijk. Want zij geeft duidelijk aan hoeveel de inrichtingen in het oppervlaktewater en in de lucht mogen lozen.
Advies door de NV Aquafin
De afdeling milieuvergunningen van LNE kan volgens de bepalingen van Vlarem I het advies inwinnen van de NV Aquafin voor lozingsaanvragen op rioleringen. In de praktijk vraagt VMM dit subadvies aan.
Om het VMM-advies op een geïntegreerde wijze te formuleren wordt op basis van het standpunt van de NV Aquafin de impact op de RWZI's rechtstreeks verwerkt. Hiermee geeft de VMM ook uitvoering aan haar opdracht om een sturend investeringsbeleid inzake waterzuiveringsinfrastructuur vorm te geven.

