Persbericht - Inhuldiging bijkomende overstromingsgebieden Erpe-Mere
De Vlaamse Milieumaatschappij huldigde woensdag 1 april 2009 twee nieuwe overstromingsgebieden in langs de Molenbeek in Erpe-Mere. Dat gebeurde in aanwezigheid van Vlaams minister Hilde Crevits. In 1996 werd al een eerste overstromingsgebied in gebruik genomen, langs de spoorweg in Erpe-Mere. Maar dat volstaat niet om hoge neerslagpieken op te vangen. Met de inhuldiging van twee bijkomende overstromingsgebieden krijgt de Molenbeek nu meer ruimte en worden stroomafwaarts gelegen woongebieden beter beschermd tegen wateroverlast.
De Molenbeek ligt in het bekken van de Dender, dat van nature gevoelig is voor overstromingen. Dat is er de voorbije decennia niet op verbeterd: er werd volop gebouwd in de valleigebieden en talloze waterlopen werden rechtgetrokken. Daarnaast is de verharde oppervlakte in het bekken door de jaren heen fors toegenomen. Daardoor wordt het hemelwater bij hevige neerslag te snel afgevoerd, met wateroverlast tot gevolg.
De inwoners van Mere en Honegem kregen de voorbije jaren al meermaals te kampen met natte voeten. De schade die deze overstromingen aanrichtten, was vaak erg groot. Studies tonen tegelijk aan dat het waterpeil van de Molenbeek bij overstromingen nog toeneemt. De Molenbeek had dus dringend nood aan meer ruimte. In 1996 werd al een overstromingsgebied aangelegd maar de capaciteit daarvan volstaat niet om hoge pieken op te vangen.
Om stroomafwaarts gelegen woongebieden in Erpe-Mere en Aalst (Hofstade) nog beter te kunnen beschermen, werden twee bijkomende overstromingsgebieden aangelegd: een aan de Hollestraat op het grondgebied Erpe-Mere en Haaltert en een aan de Lammersweg, grondgebied Erpe-Mere en Herzele. Hierdoor wordt de bergingscapaciteit van het valleigebied sterk verhoogd.
Werking van de drie overstromingsgebieden
Automatisch gestuurde stuwkleppen laten toe een vooraf ingestelde hoeveelheid water af te voeren en het te veel aan water te bufferen in de drie overstromingsgebieden. Het gecontroleerd overstromingsgebied (GOG) langs de spoorweg in Erpe-Mere wordt eerst gevuld. Het gebied heeft een bergingscapaciteit van 153.000 m³.
Wanneer het voor 75% gevuld is, begint het bufferen in het gebied aan de Hollestraat. Het vullen van het GOG aan de Lammersweg gebeurt alleen in extreme situaties, wanneer het overstromingsgebied aan de Hollestraat voor 50% gevuld is.
Het GOG aan de Hollestraat kan 150.000 m³ water bufferen, dat aan de Lammersweg 290.000 m³.
Eens het waterpeil van de Molenbeek terug een veilig niveau bereikt, vloeit het water uit de GOG’s langzaam terug naar de beek.
Het landschap werd overal verfraaid met nieuwe inheemse struiken en bomen.
De bewoners van D’Hoeve, aan het overstromingsgebied langs de Hollestraat, worden bijkomend beschermd door een verhoging van de weg. Bij de uitvoering van die werken werd tegelijk een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. Het afgekoppelde hemelwater wordt in een aanpalende gracht geloosd die afwatert naar de Molenbeek. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuiveringsinstallatie “Heldergem”.
Zandvang
In de Molenbeek wordt jaarlijks 3.300 ton sediment of slib getransporteerd. Dat is in grote mate afkomstig van huishoudelijke lozingen en van aanpalende percelen waarvan de bodem bij hevige regenval erodeert.
Het sediment zet zich af in de waterloop en in de overstromingsgebieden. Op termijn heeft dit invloed op het waterafvoerend vermogen en de bergingscapaciteit, wat indirect aanleiding geeft tot wateroverlast.
Door de aanleg van sedimentvangen stroomopwaarts van probleemgebieden, wordt de gespreide afzetting van slib voorkomen. Sedimentvangen dwingen het slib op strategisch gekozen plaatsen te bezinken waardoor de ruimingskosten fel verminderen.
Het overstromingsgebied langs de spoorweg in Erpe-Mere zal in de loop van dit jaar nog voorzien worden van een sedimentvang. Die moet in staat zijn een groot deel van het slib van de Molenbeek op te vangen.
Meer info:
Katrien Smet
0473 99 28 70

