Startschot voor Interreg-project invasieve exoten
De hoeveelheid exoten en het aantal broeihaarden in onze waterlopen neemt niet af ondanks de inspanningen van de waterbeheerders in de afgelopen jaren. Invasieve exoten - zowel planten als dieren - zijn soorten die van nature niet in Vlaanderen voorkomen maar zich op sommige plaatsen massaal vestigen. De zeer explosieve vestigings- en groeimogelijkheden van deze exoten kunnen leiden tot economische of ecologische schade.
Samen met 6 waterbeheerders uit Vlaanderen en Nederland wil de VMM de exotenbestrijding nu opvoeren. Op 1 oktober werd groen licht gegeven voor het Europese Interreg IV A-project "Invasieve exoten in Vlaanderen en Zuid-Nederland".
Het project loopt 3 jaar en heeft als doel een efficiëntere bestrijdingstechniek te ontwikkelen voor vier casussoorten: de waterplant grote waternavel, de Noord-Amerikaanse stierkikker, de Amerikaanse vogelkers of bospest en zomerganzen. De VMM is trekker van de casus grote waternavel en zal in samenwerking met de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en de Nederlandse waterschappen Dommel, Brabantse Delta en Aa en Maas de strijd tegen de exoten in onze waterlopen intensifiëren.
Via de grensoverschrijdende samenwerking zullen de waterbeheerders ervaringen bij de bestrijding van exoten uitwisselen. De bestrijdingswijzen van de verschillende waterbeheerders zullen wetenschappelijk geëvalueerd worden. Het uiteindelijke doel is het opstellen van een grensoverschrijdend, kosteneffectief en ecologisch verantwoord beheerssysteem voor exotische waterplanten.
Op het terrein startte de VMM in 2009 een intensieve nazorg bij de bestrijding van exoten. De aannemers kregen hierbij als taak de waterlopen exotenvrij te houden door een zeer regelmatige controle van alle besmette waterlopen en verwijdering van alle voorkomende exoten. Een resultaatsverbintenis werd afgesloten met de aannemers. Concreet wordt gewerkt volgens het principe dat aannemers pas betaald worden wanneer zij erin slagen de hoeveelheid exoten in de waterlopen te beperken tot de minimumdrempel aangegeven in het bestek. Zo hoopt de VMM het aantal broeihaarden sterk in te perken. Deze aanpak zal in het kader van het Interreg-project geëvalueerd worden.
VMM Nieuwsbrief NR 9 - Oktober 2009

