Resultaten evaluatie saneringsinfrastructuur 2009
De Vlaamse Milieumaatschappij evalueert het beheer van de gemeentelijke en bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur aan de hand van indicatoren. Met die indicatoren wordt nagegaan of de gemeenten en Aquafin hun kernopdrachten m.b.t. waterzuivering vervullen.
De gemeentelijke infrastructuur is voor de eerste maal beoordeeld in 2009. Uit de resultaten blijkt dat de gemeenten gemiddeld goed scoren op het vlak van riolerings- en zuiveringsgraad. Voor het afkoppelen van niet-verontreinigd water (hemelwater, grondwater,…), en het oplossen van knelpunten of gebreken aan rioleringstelsels scoren de meeste gemeenten dan weer niet goed. Ook de aanleg van individuele zuiveringsinfrastructuur vormt een pijnpunt in de meeste gemeenten.
Met het bovengemeentelijk indicatorenkader worden de kernopdrachten van Aquafin afgetoetst. In 2009 werden 56 zuiveringsgebieden geëvalueerd, in 2008 waren dit er nog maar 41. Zo kan de VMM al iets meer dan 60% van de huishoudelijke vuilvracht controleren die aangesloten is op een zuiveringsinstallatie. Vooral de overstorten blijven een pijnpunt en voldoen in de meeste gevallen niet aan de geldende overstortfrequentie. De verhoogde overstortwerking is voornamelijk te wijten aan het aansluiten van grachten of niet verontreinigd hemelwater op de riolering en de infiltratie van grondwater in gebrekkige rioleringsstelsels. Dit zorgt ook voor een grote hoeveelheid sterk verdund afvalwater die toekomt op de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Problemen met de gemeentelijke infrastructuur hebben dus een duidelijke impact op de werking van de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur.
Voor elk van de 56 zuiveringsgebieden zijn de indicatoren weergegeven op een schematische kaart van het leidingennetwerk. Uit de kleur van de indicator blijkt duidelijk waar zich probleempunten bevinden.

