Overeenkomst over peilbeheer in natuurgebied Blankaart
Het natuurgebied de Blankaart - gelegen in het laagste deel van het Blankaartbekken - maakt deel uit van de overstroombare broeken die zich uitstrekken op de rechteroever van de IJzer. De Blankaartvijver dankt zijn ontstaan aan turfontginning; door de eeuwenlange turfontginning is het Blankaartbekken het laagst gelegen deel van de IJzervallei. Ongeveer 350 hectare liggen tussen 2,60 meter en 3 meter boven de zeespiegel, terwijl het streefpeil van de IJzer 3,14 meter bedraagt. Het Blankaartbekken kan dus niet op natuurlijke wijze afwateren naar de IJzer.
De voorbije decennia werden tussen landbouwers en natuurbeschermers stevige discussies gevoerd over de waterpeilen in de Blankaart: de landbouw vroeg lagere peilen om meer te kunnen produceren, de natuurbeschermers vroegen hogere peilen om natuurherstel te realiseren. In 2001 kwam een raamakkoord tot stand tussen de Vlaamse minister voor leefmilieu en landbouw en alle betrokken actoren in het gebied. Dit bleek echter moeilijker te realiseren dan voorzien. Daarom werd in 2006 een natuurinrichtingsproject opgestart, waarin een peilverhoging in drie fasen is voorzien.
Voor de eerste fase werd op 8 februari 2009 een overeenkomst afgesloten tussen alle betrokken partijen. De VMM vervult een centrale rol in het project: ze heeft de taak om het pompstation op de Stenensluisvaart te vernieuwen en de pompcapaciteit te verdubbelen, om overstromingen tijdens zomerperiodes tot een minimum te beperken. Een tweede taak voor de VMM is de realisatie van een nieuwe stuw, noodzakelijk om de gewenste peilverhoging te realiseren en om de drinkwaterwinning in het gebied verder te zetten. Om continu optimale peilen te garanderen zal de stuw automatisch geregeld worden op basis van de gemeten peilen op de Blankaartvijver. Ook voor het pompstation is een automatische werking op basis van de peilen in het gebied voorzien. De bedoeling is om zowel het pompstation als de stuw voor het einde van het jaar te vernieuwen.
Korte historiek
In 1952 werd op de Stenensluisvaart een pompgemaal gebouwd om een lager waterpeil in het Blankaartbekken te realiseren. De lagere peilen zorgden voor meer mogelijkheden voor de landbouwers, maar ze werkten verdroging van het gebied in de hand: vochtminnende planten en kwetsbare weidevogels (porseleinhoen, kwartelkoning, watersnip) verdwenen.
Op 29 maart 2001 kwam een raamakkoord tot stand tussen de Vlaamse minister voor leefmilieu en landbouw en alle betrokken actoren in het gebied, waaronder de sectoren landbouw en natuur. Het had tot doel:
- de veiligheid van de bewoners in het Blankaartbekken te garanderen;
- de internationaal belangrijke natuurwaarden in het Blankaartbekken te behouden en verder te ontwikkelen;
- de inkomensverliezen veroorzaakt door een aangepast waterbeheer te vergoeden;
- prioritair gebruik van afstromend water voor drinkwaterproductie.
Hoewel alle doelstellingen aan bod kwamen in het raamakkoord, bleek de uitvoering moeilijk. In 2006 werd – in uitvoering van het raamakkoord – een natuurinrichtingsproject opgestart. Dit moet een geschikte habitat creëren voor de broed- en overwinterende vogels, met specifieke aandacht voor moerasvogels. Daarnaast maakt het project het mogelijk om vergoedingen te voorzien voor vernattingsschade in landbouwpercelen.
Voor de eerste fase werd op 8 februari 2009 een overeenkomst afgesloten tussen de natuur- en landbouworganisaties, provincie West-Vlaanderen, betrokken gemeentebesturen, VLM, bekkenbestuur, Zuidijzerpolder en VMM. Zowel voor de zomer- als winterperiode werden zeer concrete waterpeilen afgesproken. In de winterperiode bedraagt het streefpeil 2,9 m TAW (Tweede Algemene Waterpassing), in de zomer 2,7 m TAW en in het najaar 2,8 m TAW. Uiteindelijk worden de voorbereidingen getroffen om te komen tot een aanvaardbare oplossing voor alle betrokken partijen.
VMM Nieuwsbrief NR 7 - Juni 2009

