Persoonlijke hulpmiddelen
  •  
Rubriek nieuwsberichten VMM
U bent hier: Home nieuwsmap Belangrijkste wijzigingen aan heffingen waterverontreiniging en grondwaterwinning op een rijtje

Belangrijkste wijzigingen aan heffingen waterverontreiniging en grondwaterwinning op een rijtje

Afgelopen jaar werd de wetgeving die de heffingen op waterverontreiniging en grondwaterwinning regelt, op een aantal punten aangepast.

Op www.heffingen.be kunt u de volledige, gecoördineerde wetgeving nalezen. Hier vindt u alvast de belangrijkste wijzigingen:

  • Sinds 1 januari 2010 is de verplichting om een debietmeter te plaatsen op grondwaterwinningen uitgebreid.
  • De nieuwe voorwaarden rond het nullozersstatuut worden aangekondigd. De inwerkingtreding daarvan wordt verwacht op 1 januari 2011.
  • De gebiedsfactoren in de grondwaterheffing worden vanaf heffingsjaar 2010 t.e.m. heffingsjaar 2017 stelselmatig verhoogd. Het stimuleren van de overstap van grondwatergebruik naar hergebruik van water of gebruik van oppervlakte-, hemel- of grijswater is daarbij één van de basisdoelstellingen.

Debietmeter verplicht voor grondwaterwinningen

Sinds 1 januari 2010 moet elke grondwaterwinning beschikken over een debietmeter. Dat geldt ook voor grondwaterwinningen aangewend voor de irrigatie in open lucht in de land- en tuinbouw. Debietmeters zijn echter niet verplicht voor:

  • grondwaterwinningen uitgerust met een handpomp;
  • grondwaterwinningen voor huishoudelijke doeleinden tot max. 500m³ /jaar;
  • draineringen nodig om het gebruik of de exploitatie van bouw- en weilanden mogelijk te maken.

Aangezien het decreet pas eind december werd gepubliceerd, voert de VMM een gedoogbeleid tot en met 30 juni 2010. Zo krijgen de bedrijven nog een half jaar de tijd om de situatie te regulariseren.

Nieuwe voorwaarden nullozersstatuut verwacht vanaf 1 januari 2011

Ook rond het nullozersstatuut werden een aantal nieuwe voorwaarden uitgewerkt. Wie het statuut van nullozer wil aanvragen, onthoudt dat:

  • alleen een milieudeskundige in de discipline water het rapport kan opmaken;
  • de inhoud van het rapport wettelijk geregeld wordt;
  • wanneer de milieudeskundige de situatie ter plaatse komt vaststellen, de VMM uiterlijk één maand op voorhand verwittigd moet worden van dit bezoek;
  • de vaststelling van de nullozing ten laatste gedaan moet zijn op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar;
  • het lozen van sanitair afvalwater en koelwater bij een nullozer kan, maar niet vrij is van heffing;
  • in geval van onvergunde lozing de berekeningsmethode op basis van meet- en bemonsteringsgegevens enkel nog wordt toegepast indien dit leidt tot een hogere vuilvracht.

Deze nieuwe voorwaarden worden pas van kracht op 1 januari van het jaar volgend op de inwerkingtreding van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning.

Gebiedsfactoren grondwaterheffing vastgelegd tot 2017

De gebiedsfactoren in de grondwaterheffing, ten slotte, worden vanaf heffingsjaar 2010 tot en met heffingsjaar 2017 stelselmatig verhoogd. De verhogingen zijn zodanig bepaald dat in 2017 de gebiedsfactor voor de meest bedreigde lagen 5 bedraagt, waardoor de prijs van grondwater ongeveer dezelfde wordt als de prijs die momenteel betaald wordt voor grijs water. De stapsgewijze verhoging laat de bedrijven toe om op een rechtszekere manier actie te ondernemen, hetzij om het gebruik van diep grondwater te verminderen door waterbesparende maatregelen of om de overstap te kunnen maken naar het gebruik van alternatieven voor grondwater.

In onderstaande tabel wordt de evolutie van de gebiedsfactoren geschetst.

Gebiedsfactor
heffingsjaar 2009
Jaarlijkse toename
Gebiedsfactor
heffingsjaar 2017
1 0,03125 1,25
1,25 0,0625 1,75
1,5 0,125 2,5
1,75 0,21875 3,5
2 0,375 5

 

 VMM Nieuwsbrief NR 11 - Februari 2010

Document acties