Dioxines en PCB's
Dioxines en PCB's zijn stoffen die nauwelijks afbreken. Ze worden voornamelijk via de voeding opgenomen.
Sinds 1995 meet de Vlaamse Milieumaatschappij de dioxinedepositie. Sinds 2002 wordt ook de meest giftige 'dioxine-achtige' PCB, PCB126, gemeten. Bij depositiemetingen wordt het neervallend stof opgevangen en geanalyseerd. Depositiemetingen zeggen iets over de kwaliteit van de omgevingslucht.
Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van dioxines of PCB's. De VMM gebruikt een drempelwaarde voor de beoordeling van de dioxine- en PCB-depositie. Vanaf 2010 gebruikt de VMM een nieuwe drempelwaarde. Deze nieuwe drempelwaarde geldt voor de som van dioxines en dioxine-achtige PCB's. Enkel metingen uitgevoerd in agrarische gebieden en woonzones worden getoetst aan deze drempelwaarde. Dit zijn immers gebieden waar verhoogde deposities een rechtstreekse invloed kunnen hebben op de gezondheid, door opname via de voeding.
In het verleden werd er vooral gemeten nabij industriële vestigingen. Deze meetstrategie had als doel het effect van saneringen op te volgen en informatie over mogelijke bronnen in te winnen. Heel veel meetposten lagen in industriegebied. Vermits de mens dioxines en PCB's vooral via de voeding opneemt, hebben hoge deposities op locaties zonder bewoning of landbouwactiviteiten geen direct effect op de gezondheid.
In 2010 heeft de VMM haar meetstrategie aangepast. Nabij meetposten in industriegebieden, is er een extra meetpost in nabijgelegen agrarische zones of woongebieden. De industriële meetpost geeft informatie over de bron, de meetpost in woon- of agrarisch gebied geeft informatie over een mogelijk effect op de gezondheid.
Op de meeste locaties wordt nu 4 tot 6 maanden gemeten. Zo verkrijgt de VMM een beter beeld van de dioxine- en PCB-pollutie gedurende het volledige jaar. Omdat in voorgaande campagnes meestal slechts gedurende 2 maanden werd gemeten, diende het aantal meetposten om budgettaire redenen verminderd te worden van een 70-tal naar een 30-tal.

