Zwaveldioxiden
Zwaveloxiden veroorzaken ademhalingsmoeilijkheden bij astmapatiënten en chronische longpatiënten. Bij kinderen zouden ze zelfs een deel van de longfunctie onomkeerbaar aantasten en het sterftecijfer opdrijven.
Maar ook milieu en gebouwen kreunen onder de SO2-aanvallen. De grootste boosdoeners zijn de industrie en elektriciteitscentrales.
Zwaveldioxide
Zwaveldioxide (SO2) is een kleurloos, wateroplosbaar en zuur gas. Het heeft een irriterende geur en dito smaak vanaf concentraties van 1000 µg/m³.
Brandstoffen en industrie
Het overgrote deel van de uitgestoten zwaveldioxide is afkomstig van de verbranding van klassieke brandstoffen zoals kolen en aardolie. Industrie, raffinaderijen en elektriciteitscentrales waren in 2004 samen verantwoordelijk voor liefst 80% van de SO2-uitstoot. De overige 20% komt voort uit verwarming van gebouwen, (13%) land- en tuinbouw (6%) en - in heel beperkte mate - het wegverkeer (1%).
Ademhalingsproblemen en sterfterisico
SO2 irriteert de luchtwegen en bemoeilijkt de ademhaling - vooral bij patiënten met astma of chronische longziekten. Astmapatiënten lopen een groter gevaar voor schadelijke effecten tijdens periodes met sterkere luchtvervuiling.
SO2 wordt opgenomen door het neusslijmvlies en de bovenste luchtwegen. Het kan ook neerslaan als een sulfaataërosol. Heel hoge concentraties (> 10.000 µg/m³) kunnen de werking van de bronchiën acuut aantasten.
Kinderen zijn extra kwetsbaar voor SO2. Wetenschappelijk onderzoek in grote bevolkingsgroepen toonde aan dat een klein, maar mogelijk onomkeerbaar, verlies van longfunctie kan optreden vanaf 250-450 µg/m³ (blootstelling gedurende [...]) en een hoger sterfterisico vanaf 500-1000 µg/m³ (blootstelling gedurende [...]).
Planten kwijnen weg
SO2 brengt schade toe aan planten, omdat die het gas rechtstreeks opnemen via de huidmondjes. Bovendien speelt zwaveldioxide een grote rol in de verzuring van het leefmilieu.
Gebouwen verpulveren
Zwaveldioxide heeft ook een groot aandeel in de aantasting van metaal en steen. Hierbij is zowel de mate waarin een steensoort water doorlaat, als het weer belangrijk. Denk maar aan de vochtigheidsgraad, temperatuurschommelingen en cycli van vorst en dooi.
De erosie van historische gebouwen is het meest opvallende voorbeeld van de vernietigende kracht van SO2. Of ze al dan niet standhouden, hangt af van het bouwmateriaal. In Vlaanderen zijn veel historische gebouwen helemaal of grotendeels opgetrokken uit Balegemse of Govertingse steen. Bij restauratie wordt vooral Massengis-kalksteen gebruikt. Het belangrijkste mineraal is calciet (CaCO3) dat door SO2 en water omgezet wordt in gips en koolstofdioxide:
CaCO3 + SO2 + 2H2O = CaSO4.2H2O + CO2
Het oppervlak van de meeste Vlaamse historische gebouwen is bedekt met een gipslaagje van een halve millimeter dik. Aan de kanten die de regen trotseren (de west- en zuidkant), lost het gips op in het regenwater. Zo bevat elke liter regenwater die van de Mechelse Sint-Romboutstoren stroomt, onderaan 2 gram gips! Het bouwwerk wordt zo elk jaar tien ton lichter en de muren worden 20 micrometer dunner. De oost- en zuidkant vangen minder regen. Daar kan het gips meer water en roet absorberen. De steen slaat er zwart uit en bevat er meer water. Wanneer het wintert, zet het water uit doordat het bevriest. Hierdoor komt de kalksteen onder spanning en verpulvert of verbrokkelt hij uiteindelijk.
Klimaat koelt af
Aërosolen van sulfaat koelen de aarde mee af, omdat ze bij helder weer het zonlicht verstrooien. Tegelijk zijn het ook de kiemen waarrond zich waterdruppels vormen en waardoor wolken tot stand komen.

