Persoonlijke hulpmiddelen
  •  
Rubriek lucht
U bent hier: Home LUCHT Luchtkwaliteitsindex

Luchtkwaliteitsindex

Zwaveldioxide, stikstofdioxiden, ozon en fijn stof worden de klassieke polluenten genoemd. Aan de hand van deze vier stoffen wordt de luchtkwaliteitsindex berekend. De luchtkwaliteitsindex geeft de dagelijkse kwaliteit van de omgevingslucht weer op een vereenvoudigde manier.


De luchtkwaliteitsindex wordt berekend via de vier subindexen van elke stof. Per verontreinigende stof wordt een subindex berekend die voor elke stof apart aangeeft in welke mate de buitenlucht verontreinigd is met deze stof. De subindex is gebaseerd op de gemeten concentratie of de hoeveelheid van de verontreinigende stof aanwezig in de omgevingslucht.

Deze concentraties verschillen van stof tot stof en daarom wordt voor elk van de vier polluenten (stoffen) telkens een andere subindex vastgelegd. De subindex gaat van 1 tot 10 waarbij 1 een uitstekende luchtkwaliteit voorstelt en 10 een zeer slechte. De gebruikte concentratieschalen gaan uit van de grenswaarden vastgelegd in de nieuwe Europese richtlijnen over de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit.

Hieronder wordt een tabel weergegeven met de verschillende subindexen per polluent.

 

Subindex

 

Beoordeling

SO2

Daggemiddelde

NO2

Maximum
1-uurgemiddelde

O3

Maximum
8-uurgemiddelde

PM-10 stof

Daggemiddelde

1

uitstekend

0-15

0-25

0-30

0-10

2

zeer goed

16-30

26-45

31-45

11-20

3

goed

31-45

46-60

46-60

21-30

4

vrij goed

46-60

61-80

61-80

31-40

5

gewoon

61-80

81-110

81-100

41-50

6

middelmatig

81-100

111-150

101-120

51-70

7

ondermaats

101-125

151-200

121-150

71-100

8

slecht

126-165

201-270

151-200

101-150

9

zeer slecht

166-250

271-400

201-270

151-200

10

uiterst slecht

>250

>400

>270

>200

Wanneer de subindexen van zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), ozon (O3) en PM-10 stof in een meetstation gekend zijn, dan kan er aan dat meetstation een globale index gegeven worden. Deze globale index is dan de hoogste subindex (de slechtste kwaliteit) van de vier betrokken verontreinigende stoffen voor dat meetstation.

Voorbeeld

een meetstation heeft subindex:

  • 4 voor SO2
  • 3 voor NO
  • 7 voor O
  • 5 voor PM-10 stof

De globale index voor het meetstation is 7, omdat O3 de hoogste subindex heeft.

De index wordt in de zomer hoofdzakelijk bepaald door de subindex van ozon, in de winter door de subindex van PM10. Indien er geen subindex is voor ozon in de zomer of PM10 in de winter, wordt de globale index niet bepaald.

Opgelet

De index is een kwalitatieve populariserende beoordeling van de kwaliteit van de omgevingslucht en bezit als dusdanig niet veel wetenschappelijke waarde.
Rapporten, studies en andere wetenschappelijke interpretaties van de luchtkwaliteit baseren zich niet op de luchtkwaliteitindex maar wel op de meetresultaten zelf.

Document acties