Grens- en richtwaarden luchtkwaliteit
Voor een aantal vervuilende stoffen bestaan er al normen, o. m. streefwaarden. Hieronder volgen een aantal normen van vervuilende stoffen. Over de normen voor bepaalde andere stoffen worden er in Europa nog discussies gevoerd.
SO2-normen
In de eerste dochterrichtlijn lucht (1999/30/EG) worden luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden en alarmdrempels) vastgelegd voor SO2.
| grenswaarden | |
|---|---|
| SO2 : UURGRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de GEZONDHEID van de MENS | 350 µg/m³ , max 24 keer te overschrijden in het kalenderjaar |
| SO2 : DAGGRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de GEZONDHEID van de MENS | 125µg/m³ , max 3 keer te overschrijden in het kalenderjaar |
| SO2 : JAARGRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de VEGETATIE | 20µg/m³ |
| SO2 : ALARMDREMPEL | 500µg/m³ gedurende 3 opeenvolgende uren |
De grenswaarden (zowel uur als dag) voor de bescherming van de gezondheid voor de mens zijn geldig vanaf 1 januari 2005. De grenswaarde voor de bescherming van ecosystemen is vanaf 19 juli 2001 geldig.
NO2-normen
In de eerste dochterrichtlijn lucht (1999/30/EG) worden luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden en alarmdrempels) vastgelegd voor NO2.
| grenswaarden | |
|---|---|
| NO2 : UURGRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de GEZONDHEID van de MENS | 200 µg/m³ max 18 keer te overschrijden in het kalenderjaar |
| NO2 : JAARGRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de GEZONDHEID van de MENS | 40 µg/m³ |
| NOX : JAARGRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de VEGETATIE | 30 µg/m³ |
| NO2 : ALARMDREMPEL | 400 µg/m³ gedurende 3 opeenvolgende uren |
Deze grenswaarden (zowel uur als jaar) voor de bescherming van de gezondheid voor de mens dienen op 1 januari 2010 gerespecteerd te worden. De grenswaarde voor de bescherming van de vegetatie is vanaf 19 juli 2001 geldig.
O3-normen
In de derde dochterrichtlijn lucht (2002/03/EG) worden luchtkwaliteitsnormen (streefwaarden, lange termijndoelstellingen, waarschuwing- en alarmdrempel) vastgelegd voor ozon.
Streefwaarden voor ozon
| Bescherming | Basistijd | Streefwaarde | Niet meer dan ... overschrijdingen |
|---|---|---|---|
| Gezondheid | Hoogste 8-uursgemiddelde van een dag | 120 (µg/m³) | 25 (gemiddeld over 3 jaar) |
| Vegetatie | AOT40 (*) | 18000 (µg/m³.uren) gemiddeld over 5 jaar | |
Langetermijndoelstellingen voor ozon
| Bescherming | Basistijd | Streefwaarde |
|---|---|---|
| Gezondheid | Hoogste 8-uursgemiddelde van een dag gedurende een kalenderjaar | 120 (µg/m³) |
| Vegetatie | AOT40 (*) | 6000 (µg/m³.uren) gemiddeld over 5 jaar |
(*) AOT40, berekend op basis van uurwaarden van mei tot en met juli
| O3: EU RICHTLIJN Waarschuwingsdrempel bevolking |
UURGEMIDDELDE: 180 µg/m³ |
| O3: EU RICHTLIJN Alarmeringsdrempel bevolking |
UURGEMIDDELDE: 240 µg/m³ |
CO-normen
In de tweede dochterrichtlijn lucht (2000/69/EG) wordt een grenswaarde vastgelegd voor CO.
| CO : GRENSWAARDE voor de BESCHERMING van de GEZONDHEID van de MENS | 10 mg/m³ als hoogste 8-uursgemiddelde van een dag |
De grenswaarde voor de bescherming van de volksgezondheid dient op 1 januari 2005 gerespecteerd te worden.
Fijn stof-normen
In de eerste dochterrichtlijn lucht (1999/30/EG) worden luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden en alarmdrempels) vastgelegd voor PM10. Voor PM10 werden er grenswaarden vastgelegd in 2 fasen. De grenswaarden van fase 1 zijn geldig vanaf 1 januari 2005. De grenswaarden van fase 2 waren indicatieve grenswaarden die herzien werden in het licht van bijkomende informatie over de effecten op gezondheid en milieutechnische haalbaarheid en ervaring met de grenswaarden van fase 1. In oktober 2005 werd door de EU Commissie een nieuwe geïntegreerde Richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa voorgesteld. Deze richtlijn combineert 4 eerder gepubliceerde richtlijnen m.b.t. luchtkwaliteit (1999/30/EG, 2000/69/EG, 2002/3/EG) en m.b.t. informatie-uitwisseling (97/101/EG). In dit voorstel worden naast de reeds in voege zijnde normering voor de polluenten SO2, NO2, Pb, PM10, CO, benzeen en ozon eveneens normen voor PM2,5 weergegeven. De PM10 grenswaarden voor fase 2 worden niet weerhouden.
De grenswaarden (zowel dag als jaar) van fase 1 voor de bescherming van de gezondheid van de mens gelden vanaf 1 januari 2005.
| grenswaarden | |
|---|---|
| Daggrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens | 50 µg/m³ PM10, mag niet meer dan 35 keer per jaar worden overschreden |
| Jaargrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens | 40 µg/m³ PM10 |
De PM2,5 normen zijn nog in ontwerpfase en worden pas na de goedkeuring van de nieuwe richtlijn (gepland in 2007) gepubliceerd.
Zware metalen-normen
Zware metalen in fijn stof (PM10)
Op 11 juni 2008 trad de Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa in werking. Deze nieuwe richtlijn 2008/50/EG is de integratie van:
- de kaderrichtlijn lucht;
- de eerste 3 dochterrichtlijnen, die onder meer lood, zwaveldioxide, stikstofdioxide en PM10-stof regelen;
- de beschikking betreffende de onderliggende uitwisseling van informatie.
Deze geïntegreerde richtlijn lucht legt een grenswaarde voor lood in fijn stof (PM10) vast. Deze grenswaarde is geldig vanaf 1 januari 2005.
De vierde dochterrichtlijn (2004/107/EG) betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen werd nog niet geïntegreerd. De integratie van deze richtlijn zal gebeuren op het moment van de herziening in 2013 van de geïntegreerde richtlijn. De streefwaarden voor nikkel, arseen en cadmium gelden vanaf 31 december 2012.
Op Vlaams niveau is er in het VLAREM II sinds 6 maart 2007 een grenswaarde opgenomen voor cadmium in PM10-stof. Deze vervangt de grenswaarde van cadmium in zwevend stof (TSP).
Daarnaast zijn er ook nog richtwaarden opgesteld door de Wereld Gezondheid Organisatie (WGO) voor mangaan, lood, cadmium, nikkel en arseen.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de grens- en streefwaarden:
| ng/m³ | |||
|---|---|---|---|
| Parameter | Grenswaarde (jaargemiddelde) | Richtwaarde (jaargemiddelde) | Kankerrisico van 1:1.000.000 bij vermelde concentratie |
| EU-richtlijnen | |||
| Lood (Pb) | 500 | ||
| Arseen (As) | 6 | ||
| Cadmium (Cd) | 5 | ||
| Nikkel (Ni) | 20 | ||
| VLAREM II | |||
| Cadmium (Cd) | 30 | ||
| WGO | |||
| Arseen (As) | 0,66 | ||
| Cadmium (Cd) |
5 | ||
| Kwik (Hg) | 1000 | ||
| Lood (Pb) | 500 | ||
| Nikkel (Ni) | 2,5 | ||
| Mangaan (Mn) | 150 | ||
Zware metalen in neervallend stof
Totale depositie
VLAREM II definieert grens- en richtwaarden voor de metalen lood en cadmium in totale depositie. Deze waarden zijn gekoppeld aan metingen met NILU-kruiken.
De grens- en richtwaarden, zoals opgenomen in VLAREM II, staan in onderstaande tabel.
| µg/m².dag | ||
|---|---|---|
| Parameter | Grenswaarde (jaargemiddelde) | Richtwaarde (jaargemiddelde) |
| Lood (Pb) | 3000 | 250 |
| Cadmium (Cd) | 20 | |
PAK en nitro-PAK - normen
In de vierde dochterrichtlijn lucht (2004/107/EG) wordt een streefwaarde vastgelegd voor benzo(a)pyreen in de fijn stof fractie. Ze dient op 31 december 2012 gerespecteerd te worden.
| EU-streefwaarde in 2012 | |
|---|---|
| Benzo(a)pyreen in PM10 | 1 ng/m³ |
Dioxine - normen
De Europese Commissie heeft normen gedefinieerd voor dioxines, merker-PCB's en dioxine-achtige PCB's in voeding. Indien de voedselnormen overschreden worden, moet onderzocht worden of de voeding besmet werd via het milieu (lucht, bodem, water,...) of via besmet veevoeder. De inbreng via de lucht kan onderzocht worden via depositiemetingen.
Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van dioxines of PCB’s. Het Europees Wetenschappelijk Comité voor menselijke voeding heeft in 2001 een advies uitgebracht hoeveel dioxines en dioxine-achtige PCB's er wekelijks maximaal mogen ingenomen worden. Dit bedraagt 14 pg TEQ/kg lichaamsgewicht per week. Deze dosis ligt binnen de toelaatbare dosissen die de Wereld Gezondheidsorganisatie voorstelt (1 à 4 pg TEQ/kg.dag).
De VMM heeft een modelstudie laten uitvoeren om te berekenen welke depositiewaarde overeenstemt met dit EU-advies van 14 pg TEQ/kg.week. Zo kan de VMM de gemeten deposities beoordelen en beslissen welke regio's extra aandacht verdienen.
In onderstaande tabel zijn de drempelwaarden weergegeven voor de depositie van dioxines en dioxine-achtige PCB's. Deze drempelwaarden worden vanaf 2010 toegepast.
| Toelaatbare dosis gedefinieerd door EU | Jaargemiddelde depositie | Maandgemiddelde depositie | Waar |
|---|---|---|---|
| 14 pg TEQ/kg.week | 8,2 pg TEQ/m².dag | 21 pg TEQ/m².dag | Agrarische gebieden en woonzones |
VOS-normen (Vluchtige Organische Stoffen)
In Vlarem II werd de toekomstige grenswaarde voor benzeen, opgelegd door de richtlijn 2000/69/EG, opgenomen met een vroegere datum van in werkingtreding (nl. 1/1/2005 i.p.v. 1/1/2010); tevens werd een daggrenswaarde opgenomen. Voor vinylchloride gelden normen uit Vlarem II, voor 1,2-dichloorethaan en tolueen de WHO-richtwaarden.
| Richtwaarde (µg/m³) | Grenswaarde (µg/m³) | |
|---|---|---|
| VLAREM Titel II | ||
| vinylchloride | 1 µg/m³ als jaargemiddelde | 10 µg/m³ als P98 in het beschouwde kalenderjaar op basis van halfuren |
| benzeen | 50 µg/m³ als P98 in het beschouwde kalenderjaar op basis van dagwaarden | |
| Richtlijn 2000/69/EG | ||
| benzeen | 5 µg/m³ als jaargemiddelde in het beschouwde kalenderjaar | |
| WHO | ||
| 1,2-dichloorethaan tolueen |
700 µg/m³ als daggemiddelde 260 µg/m³ als weekgemiddelde |
- - |
Normen voor verzuring
Normen voor jaargemiddelde concentratie – kritieke niveaus voor de bescherming van vegetatie
De EU richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa bevat kritieke niveaus voor de bescherming van ecosystemen voor SO2 en NOX. Deze norm is samen met het kritiek niveau van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) voor NH3 opgenomen in onderstaande tabel.
Kritieke niveaus voor de bescherming van de vegetatie (µg/m³)
| Tijdspanne | SO2 | NOX | NH3 | |
|---|---|---|---|---|
| EU-richtlijn 2008/50/EG | Kalenderjaar | 20 | 30 |
|
| EU-richtlijn 2008/50/EG | Winterperiode | 20 |
||
| WGO | Kalenderjaar | 8 |
Een toetsing van de meetresultaten aan deze normen, zal slechts indicatief zijn. In Vlaanderen zijn er immers geen gebieden die volledig voldoen aan de voorwaarden voor inplanting van meetplaatsen. Bovendien gebeuren de metingen in het depositiemeetnet verzuring niet met de in de richtlijn aangeduide referentiemethode, maar met passieve samplers. Vergelijkende metingen met de referentiemethode tonen wel de vergelijkbaarheid ermee aan.
Normen voor depositie - streefwaarden
Naast de normen voor concentraties, bestaan er ook streefwaarden voor de totale verzurende depositie per jaar. VLAREM II bepaalt deze afhankelijk van vegetatie- en bodemtype. Voor het vegetatietype gras is er geen waarde vastgelegd.
De streefwaarden worden uitgedrukt in zuurequivalenten per hectare per jaar (Zeq/ha/jaar). Een Zeq is de eenheid om de verzuringsgraad van verontreinigende stoffen te meten.
| Streefwaarde | Vegetatie- en bodemtype |
|---|---|
| 1400 Zeq/ha.j | Naaldbossen en heide op zandgronden |
| 1800 Zeq/ha.j | Loofbossen op armere zandgronden |
| 2400 Zeq/ha.j |
Loofbossen op rijkere gronden |

